Hof van Busleyden

Opdrachtgever: Stad Mechelen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 1999 – …
Ontwerpteam: dmvA i.s.m. hlc.® architecten: David Driesen, Tom Verschueren, Hans Le Compte, Valerie Lonnoy, Jolien De Baets, Gert-Jan Schulte
Ingenieur Stabiliteit: Studiebureel BAS bvba
Ingenieur Technieken: Studiebureau IRS- Deprez bvba
Fotografie: Bart Gosselin (phase 1), Frederik Vercruysse (underground museum hall), Sergio Pirrone (phase 2)
Oppervlakte: Fase 1: 1450 m² (uitbreiding), Fase 2: 3000 m²
Publicaties


Het Hof van Busleyden bestaat uit een uitgebreid gebouwencomplex in bak- en zandsteen in kopiërende laatgotische stijl rond 3 buitenruimten: de tweeledige noordelijke gelegen tuin met hoogstammen, de centrale rechthoekige met kasseien verharde binnenplaats en de zuid gerichte stadstuin. Sinds 1938 heeft het de functie van stadsmuseum. Het gebouw werd beschermd als monument. Het hof van Busleyden is het noordelijk eindpunt van de museum-as in Mechelen, maar tevens de aansluiting van deze as op enkele toeristische routes. In tegenstelling tot het commerciële centrum (driehoek) dat tussen Grote Markt en Dijle gelegen is, kan de Grote Markt beschouwd worden als centrum op cultuurhistorisch vlak. Er is ten noorden van de grote markt een concentratie van belangrijke historische gebouwen. Doorheen de toeristische wandelingen leeft het verleden van de stad vandaag nog.


Fase I omvat de restauratie en herinrichting van het museum in het beschermd monument Hof van Busleyden en een uitbreiding met een ondergrondse museumzaal. In fase I legde dmvA de focus op het stedenbouwkundige. Hof van Busleyden ligt te midden van een concentratie aan belangrijke gebouwen die deel uitmaken van het Mechelse culturele erfgoed. Oorspronkelijk waren de drie buitenruimtes volledig afgesloten van en voor het publiek. dmvA besloot de voordien vergrendelde zuidelijke tuin terug aan de Mechelaar te reiken en zo ook de doorwaadbaarheid van de gehele site positief te beïnvloeden. Door de gaanderij open te trekken, worden de twee voorste tuinen gekoppeld en is het mogelijk om vlot doorheen de gehele site te lopen. De vormtaal van de zuidelijke tuin sluit impliciet aan met de nieuwe ondergrondse ruimtes.  

De nieuwe museumzalen bevinden zich negen meter onder de buitenruimte en het beiaardmuseum. Een architect hoeft namelijk niet altijd zichtbaar in te grijpen, zeker wanneer deze in aanraking komt met een beschermd gebouw. dmvA besloot daarom de zaal onder het voorplein te plaatsen om zo de omliggende historische context niet te schaden. Een technisch staaltje van ondergronds bouwen voorziet in een kleine en grote tentoonstellingszaal waarvoor een certificaat museumklasse conditionering A is uitgereikt – uniek in België. De grootste tentoonstellingszaal (30 m vrije overspanning, 6,5 m hoog) kan daarom internationale topstukken ontvangen. Om dit volume te verankeren in de bouwput en om betonnen liggers vlot te kunnen te plaatsen, zijn zowel de tuin als de oostelijke vleugel (het beiaardmuseum) van het complex integraal verwijderd en met minimale functionele aanpassingen opnieuw opgebouwd.

De oostelijke vleugel (het beiaardmuseum) bevat de circulatie naar de ondergrondse expositiezalen. Het gebouw is gestript voor de bouw van de ondergrondse zalen, maar is daarna zoals oorspronkelijk teruggezet. Binnen werd het circulatiegegeven op een hedendaagse manier ingevuld door dmvA. Voormalig Vlaams Bouwmeester Bob Van Reeth, die een affiniteit met Mechelen bezit, adviseerde dmvA tijdens de ontwerpfase ‘dat de trap een dergelijke grandeur moet uitstralen dat een vader deze circulatie waardig acht om langs deze weg zijn dochter te overhandigen bij het huwelijksritueel’. Na de voltooiing van de trap heeft deze architect, geducht om zijn ongezouten meningen, de ingreep gecomplimenteerd. De gehele ontsluiting met de trap speelt in op Mechelen als ambachtelijke meubelstad. Geschiedkundige referenties, zoals het bestaande schrijnwerk, ontmoeten een hedendaags materialenspel van deels strak beklede, deels glazen liftschacht, wit pleisterwerk, onderliggend staalskelet en royaal met eik beklede oppervlaktes en raamkaders. Bij verdere afdaling worden de prominente lift en trappen echter meer bescheiden, zodat de aandacht meer op het ondergronds huzarenstuk wordt gevestigd.

Als verderzetting van het conceptuele uitgangspunt om Hof van Busleyden onzichtbaar te sublimeren als museumobject, is het vluchtpaviljoen, met een tweede trappenhuis en lift, onbewogen en strategisch gepositioneerd in de zuidwestelijke hoek van het voorplein. De hedendaagse vormentaal lokt te passant naar de binnentuin, maar is bescheiden genoeg om de circulatie af te buigen naar de gaanderij met inkom. Het gebouw is opgetrokken uit witte kalksteen, een verwijzing naar de neggenblokjes in de bestaande historische gebouwen.

Fase II behelst de renovatie van de hoofdgebouwen tot museum met bar, boekenwinkel en terrassen en een circulatieblok in nieuwe kalkzandsteen ter vervanging van de 19de-eeuwse conciërgewoning.

De conciërgewoning verhinderde een goede doorwaadbaarheid op de site en werd daarom afgebroken. In de plaats werd een nieuw circulatiegebouw geplaatst dat alle vloerniveau ’s verbindt en waarin een technische ruimte is gehuisvest. Het gebouw is een rustige abstracte blok, uitgevoerd in witte natuursteen, hetzelfde materiaal als de neggenblokjes in het gebouw ernaast. Door zijn abstractheid dringt het circulatiegebouw zich niet op en neemt niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk een respectvolle afstand van de historische gebouwen rondom: de blok is namelijk iets verder van het aangrenzend gebouw geplaatst.

De binnenmuren zijn uitgevoerd in beton, gecombineerd met een glazenwand aan de kant van het aanpalende historische gebouw. Het bestraalde beton geeft een eerlijke en ruwe indruk, wat goed aansluit bij de bestaande gebouwen en hun littekens.

De gedetailleerde glaspartijen benadrukken de ingetogen architectuur en levert synergie op met de omgeving. Omdat de blok volledig uitkraagt, waren er geen kolommen nodig om het gebouw te ondersteunen. Op die manier is er door de glaswand steeds een maximale beleving van het historische gebouw ernaast, zonder dat een kolom het zicht blokkeert.

De conceptuele visie van dmvA weerspiegelt duidelijk in het materiaalgebruik: Buiten wordt een abstracte, ingetogen stemming gecreëerd, met respect voor de aangrenzende gebouwen. Binnen is de sfeer ruiger en bezield, verbonden met de geleefde muren van de historische gebouwen. Ook de aangrenzende beeldentuin is tweeledig: Het ene deel sluit visueel aan bij het nieuwe circulatiegebouw en het andere deel wordt een groene plek die het historische gebouw omarmt.

Het circulatiegebouw is volledig gesloten, maar door de opbouw van het dak komt er zenitaal licht binnen. Het dak bestaat uit een raster van betonnen balken waarop glas is gelegd, waardoor er een open sfeer wordt gecreëerd. Het daglicht is zodanig uitnodigend dat het je als het ware naar boven trekt.

dmvA had als doel om Hof van Busleyden met zijn toevoegingen en aanpassingen tijd overschrijdend te maken. Het museum zal namelijk in de toekomst nog vele tentoonstellingen mogen onderbrengen, waardoor de architectuur generatie-overschrijdend moest zijn.


Fase I omvat de restauratie en herinrichting van het museum in het beschermd monument Hof van Busleyden en een uitbreiding met een ondergrondse museumzaal. In fase I legde dmvA de focus op het stedenbouwkundige. Hof van Busleyden ligt te midden van een concentratie aan belangrijke gebouwen die deel uitmaken van het Mechelse culturele erfgoed. Oorspronkelijk waren de drie buitenruimtes volledig afgesloten van en voor het publiek. dmvA besloot de voordien vergrendelde zuidelijke tuin terug aan de Mechelaar te reiken en zo ook de doorwaadbaarheid van de gehele site positief te beïnvloeden. Door de gaanderij open te trekken, worden de twee voorste tuinen gekoppeld en is het mogelijk om vlot doorheen de gehele site te lopen. De vormtaal van de zuidelijke tuin sluit impliciet aan met de nieuwe ondergrondse ruimtes.  

De nieuwe museumzalen bevinden zich negen meter onder de buitenruimte en het beiaardmuseum. Een architect hoeft namelijk niet altijd zichtbaar in te grijpen, zeker wanneer deze in aanraking komt met een beschermd gebouw. dmvA besloot daarom de zaal onder het voorplein te plaatsen om zo de omliggende historische context niet te schaden. Een technisch staaltje van ondergronds bouwen voorziet in een kleine en grote tentoonstellingszaal waarvoor een certificaat museumklasse conditionering A is uitgereikt – uniek in België. De grootste tentoonstellingszaal (30 m vrije overspanning, 6,5 m hoog) kan daarom internationale topstukken ontvangen. Om dit volume te verankeren in de bouwput en om betonnen liggers vlot te kunnen te plaatsen, zijn zowel de tuin als de oostelijke vleugel (het beiaardmuseum) van het complex integraal verwijderd en met minimale functionele aanpassingen opnieuw opgebouwd.

De oostelijke vleugel (het beiaardmuseum) bevat de circulatie naar de ondergrondse expositiezalen. Het gebouw is gestript voor de bouw van de ondergrondse zalen, maar is daarna zoals oorspronkelijk teruggezet. Binnen werd het circulatiegegeven op een hedendaagse manier ingevuld door dmvA. Voormalig Vlaams Bouwmeester Bob Van Reeth, die een affiniteit met Mechelen bezit, adviseerde dmvA tijdens de ontwerpfase ‘dat de trap een dergelijke grandeur moet uitstralen dat een vader deze circulatie waardig acht om langs deze weg zijn dochter te overhandigen bij het huwelijksritueel’. Na de voltooiing van de trap heeft deze architect, geducht om zijn ongezouten meningen, de ingreep gecomplimenteerd. De gehele ontsluiting met de trap speelt in op Mechelen als ambachtelijke meubelstad. Geschiedkundige referenties, zoals het bestaande schrijnwerk, ontmoeten een hedendaags materialenspel van deels strak beklede, deels glazen liftschacht, wit pleisterwerk, onderliggend staalskelet en royaal met eik beklede oppervlaktes en raamkaders. Bij verdere afdaling worden de prominente lift en trappen echter meer bescheiden, zodat de aandacht meer op het ondergronds huzarenstuk wordt gevestigd.

Als verderzetting van het conceptuele uitgangspunt om Hof van Busleyden onzichtbaar te sublimeren als museumobject, is het vluchtpaviljoen, met een tweede trappenhuis en lift, onbewogen en strategisch gepositioneerd in de zuidwestelijke hoek van het voorplein. De hedendaagse vormentaal lokt te passant naar de binnentuin, maar is bescheiden genoeg om de circulatie af te buigen naar de gaanderij met inkom. Het gebouw is opgetrokken uit witte kalksteen, een verwijzing naar de neggenblokjes in de bestaande historische gebouwen.

Fase II behelst de renovatie van de hoofdgebouwen tot museum met bar, boekenwinkel en terrassen en een circulatieblok in nieuwe kalkzandsteen ter vervanging van de 19de-eeuwse conciërgewoning.

De conciërgewoning verhinderde een goede doorwaadbaarheid op de site en werd daarom afgebroken. In de plaats werd een nieuw circulatiegebouw geplaatst dat alle vloerniveau ’s verbindt en waarin een technische ruimte is gehuisvest. Het gebouw is een rustige abstracte blok, uitgevoerd in witte natuursteen, hetzelfde materiaal als de neggenblokjes in het gebouw ernaast. Door zijn abstractheid dringt het circulatiegebouw zich niet op en neemt niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk een respectvolle afstand van de historische gebouwen rondom: de blok is namelijk iets verder van het aangrenzend gebouw geplaatst.

De binnenmuren zijn uitgevoerd in beton, gecombineerd met een glazenwand aan de kant van het aanpalende historische gebouw. Het bestraalde beton geeft een eerlijke en ruwe indruk, wat goed aansluit bij de bestaande gebouwen en hun littekens.

De gedetailleerde glaspartijen benadrukken de ingetogen architectuur en levert synergie op met de omgeving. Omdat de blok volledig uitkraagt, waren er geen kolommen nodig om het gebouw te ondersteunen. Op die manier is er door de glaswand steeds een maximale beleving van het historische gebouw ernaast, zonder dat een kolom het zicht blokkeert.

De conceptuele visie van dmvA weerspiegelt duidelijk in het materiaalgebruik: Buiten wordt een abstracte, ingetogen stemming gecreëerd, met respect voor de aangrenzende gebouwen. Binnen is de sfeer ruiger en bezield, verbonden met de geleefde muren van de historische gebouwen. Ook de aangrenzende beeldentuin is tweeledig: Het ene deel sluit visueel aan bij het nieuwe circulatiegebouw en het andere deel wordt een groene plek die het historische gebouw omarmt.

Het circulatiegebouw is volledig gesloten, maar door de opbouw van het dak komt er zenitaal licht binnen. Het dak bestaat uit een raster van betonnen balken waarop glas is gelegd, waardoor er een open sfeer wordt gecreëerd. Het daglicht is zodanig uitnodigend dat het je als het ware naar boven trekt.

dmvA had als doel om Hof van Busleyden met zijn toevoegingen en aanpassingen tijd overschrijdend te maken. Het museum zal namelijk in de toekomst nog vele tentoonstellingen mogen onderbrengen, waardoor de architectuur generatie-overschrijdend moest zijn.