LSTW appartementen
De site is gelegen aan een belangrijke invalsweg van Mechelen, in een wijk die van de stad is afgesneden door de spoorlijn Antwerpen-Brussel. Door zijn ligging aan een verbreding in de Leuvensesteenweg is dit project een katalysator voor de ontwikkeling van de wijk.
De betrokken buurt tekent zich af als een fors gesloten omgeving van zeer smalle arbeiderswoningen langs uniforme, smalle straten. Dergelijke wijken zijn ontstaan achter de lintbebouwing langs de verschillende steenwegen en zijn geïsoleerd geraakt van de Mechelse stadskern door de omvorming van de vesten in een verkeersring. Verwaarlozing van de openbare ruimte en gebrekkig onderhoud van zowel publieke als private eigendommen hebben in hoge mate bijgedragen tot de totale verloedering van de buurt.
De gemeenteraad liet eind 1995 een structuurplan opmaken, waarbij gebieden zijn aangeduid die in aanmerking kwamen voor een bijzondere subsidie. In dit kader en in de sfeer van de aangekondigde uitbreiding van het stadhuis, heeft dmvA in opdracht van de volkshuisvestingsmaatschappij ‘Duffelse volkswoningen’ een analyse uitgevoerd van deze poort naar de stad. Het uitgangspunt van het masterplan bestond erin naar het spoor toe te bouwen en bepaalde plekken –met name hoekpercelen– te saneren als toonbeeld voor de rest van de buurt. Binnen deze context vormden beeldvorming, oriëntatie en een doorbreking van het klassieke woonpatroon de sleutelbegrippen.
Woonsculptuur
De ligging naast het Arsenaal (werkplaats van de Belgische Spoorwegen) en haar geschiedenis indachtig, is het gebouw op de spievormige kavel met zuidgerichte straatzijde vormgegeven als een stapeling van verschillende ‘goederen’ of zeven verschillende woningtypes. Door het vrij in elkaar weven van de eenheden ontstaan in het gebouw leegtes of overdekte gemeenschappelijke buitenruimtes die de openbare ruimte verbinden met het binnengebied en de kleine appartementen buitenruimte (en sociale controle) verschaffen. Door het wonen te groeperen rond inpandige buitenruimtes, wordt het sociale gebeuren bevorderd en de communicatie aangemoedigd zonder drukke uitwendige terrassen te voorzien. De vides maken het driedimensionale object compleet zodat het zich tegelijkertijd kan integreren in en afzetten tegen zijn omgeving.
De scherpte van het conceptuele scharnierpunt en de scherpe hoeken van het moeilijk in te richten kavel zijn voelbaar in de gesneden vormgeving van bijvoorbeeld de dakkapel. Het zijn net deze details van in verstek gesneden bakstenen en opgehangen metselwerk die een meerwaarde bieden aan de materialiteit van het ontwerp.
Hoewel voor het kleurgebruik is teruggegrepen naar het donkere metselwerk van de omliggende 19de eeuwe architectuur (wel met licht geglazuurde afwerking en dunbedmortel), zit de verticaliteit van de smalle omliggende kavels niet in het project vervat. Dit vloeit voort vanuit het principe om elk van de zeven sociale woningen in het pand door middel van één raamopening afleesbaar te maken en om de appartementen kwalitatieve zichtlijnen te verschaffen. De materialiteit van de zwarte kozijnen is verdergezet in de trapsculptuur die zich omwille van plaatsgebrek aan de achtergevel bevindt.
De donkerbruine baksteen wordt harmonieus aangevuld door de zwarte stalen ramen en trap
De voorschriften van de Volkshuisvestingsmaatschappij (standaard keukens, geen verdoken raamprofielen, afgemeten oppervlaktes) dienen de sociale doeleinden van de instelling die een toonbeeld wil zijn voor degelijk en duurzaam bouwen. Hierdoor is de detaillering van het project teruggebracht, maar is de uitdaging gecreëerd om architectuur voor zich te laten spreken.
Specifics
Opdrachtgever: cvba Duffelse volkswoningen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2004
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Hans Verbessem, Koen Pauwels
Ingenieur Stabiliteit: ASB bv
Schaal: 7 appartementen




