Lorette Convent
Het Lorette Klooster ook gekend als het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid, maakt deel uit van een trapeziumvormig bouwblok gelegen in het hart van Mechelen tussen de Drabstraat en de Begijnenstraat naast de Vismarkt aan de Dijle. De site vormt een gelaagd geheel van gebouwen bestaande uit diephuizen en pakhuizen daterend uit de 16de– en 17de-eeuw en neogotische kloosterarchitectuur uit de 19de– en vroege 20ste-eeuw. De Drabstraat is een smalle straat die de Vismarkt verbindt met de recent heropende Melaanvliet. In de 19de eeuw werden de zuidelijke gevels van deze straat geüniformeerd volgens classicistische principes, wat resulteerde in een homogeen maar weinig leesbaar straatbeeld.
Achter deze 19de-eeuwse witgepleisterde gevelwand schuilen echter waardevolle historische gebouwen, waaronder de beschermde monumenten Hooghuys een pakhuis uit de 17de eeuw en ’t Sweert drie diephuizen uit de 16e eeuw. Ten zuiden van ’t Sweert bevindt zich een 19de-eeuws pand uit ca. 1888 met een minder historisch waardevolle kenmerken.
Het kloostersite verloor haar functie eind ’70. Gedurende meer dan 20 jaar hebben meerdere projectontwikkelaars getracht de site te ontwikkelen maar zonder resultaat. In 2006 werd de site uiteindelijk opgesplitst in twee delen. De neogotische kloostergebouwen werden verkocht aan de ontwikkelaar Costermans de buitenruimtes en de gebouwen langsheen de Drabstraat werden eigendom van ontwikkelaar City Site.
De stad Mechelen formuleerde in samenwerking met Erfgoed Vlaanderen de randvoorwaarden van de reconversieopdracht die verschillende stedelijke doelstellingen samenbracht. Het project beoogde enerzijds een antwoord te bieden op de parkeerdruk in de binnenstad door de aanleg van een ondergrondse parkeergarage, en anderzijds een gemengd programma te realiseren met woningen, kantoren en commerciële ruimten. Daarnaast moest de ingreep aansluiten bij de bredere stadsvernieuwingsoperatie rond de Melaan en de Lamotsite, terwijl tegelijk bijzondere aandacht werd besteed aan de herwaardering en het behoud van het waardevolle bouwkundige erfgoed. De grootste uitdaging van het project lag in het verzoenen van deze erfgoedzorg met hedendaagse noden binnen een site die gedurende lange tijd ontoegankelijk en onderbenut was.
dmvA werd door projectontwikkelaar City Site aangesteld als ontwerper voor het maken van het masterplan. Het doel was om de verborgen parel van het Lorette Klooster toegankelijk te maken voor voor zowel de omliggende bewoners als de Mechelaar.. Zowel de binnenkoer achter het Hooghuys als de vroegere driehoekige kloostertuin worden in ere hersteld en omgevormd tot semi-publieke tuinen. Door het heropenen van de steeg aan de Vismarkt alsook door het creëren van een nieuwe doorgang naast het Hooghuys ontstaat een voetgangersverbinding tussen de Melaan en de Vismarkt.
Het architecturale concept vertrekt vanuit het selectief verwijderen van bestaande volumes gebaseerd op historisch onderzoek. Minder waardevolle bouwvolumes werden afgebroken om ruimte te creëren voor een weloverwogen nieuwbouw. Het bestaande 19e -eeuwse bouwvolume tussen Hooghuys en ’t Sweert wordt vervangen door een invulvolume met inrit voor de ondergrondse parkeergarage, handelsruimte en drie appartementen, uitgevoerd in witte baksteen die aansluit bij de witte pleister architectuur van het Hooghuys en de 19e -eeuwse gevels. Deze ingreep doorbreekt bewust op een subtiele manier de strikte geveluniformiteit van de Drabstraat en maakt de onderliggende gelaagdheid opnieuw zichtbaar.
Nieuwbouw wordt ingezet als aanvulling en niet als overheersend element. Uit respect voor het beschermde Hooghuys blijft het gelijkvloers deel onbebouwd waardoor er een steeg ontstaat die de straat verbindt met de semi-publieke binnenkoer. Door de aansluiting op de mansardedaken van ’t Sweert te spiegelen, wordt een evenwicht gezocht tussen oud en nieuw. Het onregelmatige ritme van raamopeningen in de gevel en de integratie van inpandige terrassen zorgen voor een hedendaagse interpretatie van de classicistische 19e -eeuwse gevel zonder het straatbeeld te verstoren.
Nieuwbouw wordt ingezet als aanvulling en niet als overheersend element. Uit respect voor het beschermde Hooghuys blijft het gelijkvloers deel onbebouwd waardoor er een steeg ontstaat die de straat verbindt met de semi-publieke binnenkoer. Door de aansluiting op de mansardedaken van ’t Sweert te spiegelen, wordt een evenwicht gezocht tussen oud en nieuw. Het onregelmatige ritme van raamopeningen in de gevel en de integratie van inpandige terrassen zorgen voor een hedendaagse interpretatie van de classicistische 19e -eeuwse gevel zonder het straatbeeld te verstoren.
Wonen aan een Kloostertuin
Het binnengebied, dat historisch fungeerde als kloostertuin en schoolspeelplaats, vormt het ruimtelijke hart van het project. Deze open ruimte bleef doorheen de geschiedenis een rustpunt binnen de dense stedelijke context. Ook in de nieuwe invulling wordt dit karakter behouden en versterkt.
In plaats van het gebied te verkavelen in private tuinen, werd bewust gekozen voor een semipublieke, collectieve buitenruimte. De nieuwe achtergevels, samen met de drie gerestaureerde historische puntgevels van ’t Sweert en de gerestaureerde neogotische gevels van de kapel en kloostergebouw omkaderen het binnen gebied en creëren een menselijke architectuur zonder de ruimtelijke samenhang te verstoren. De synergie tussen oud en nieuw verstrekt de historiciteit van de site.
Het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid bestaande uit een noordelijke en oostelijke vleugel opgetrokken in 1911 in neogotische stijl onder leiding van bouwmeester Edmond Peel, wordt gerestaureerd en getransformeerd tot een appartementen complex door architect Wil Bots.
De middeleeuwse gevels van ’t Sweert werden terug in ere hersteld en gerestaureerd door Beeck&Hermans architecten.
Specifics
Opdrachtgever: City Site/ Van Poppel
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2005 – 2018
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Valérie Lonnoy
Ingenieur Stabiliteit: Jan Van Aelst bvba
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 4735 m²









