Woning JE
Een begijnhof is een historisch vaak ommuurd complex in de stad bestaande uit huisjes, conventen en een kapel rond een binnentuin. Vanaf de 13e eeuw woonden er begijnen – ‘vrome’ ongehuwde vrouwen – die een religieus leven leidden zonder kloostergeloften. Het zijn vaak oases van rust. Dertien Vlaamse begijnhoven waaronder deze van de stad Mechelen zijn UNESCO werelderfgoed.
Het Onze-Lieve-Vrouwe Convent is gelegen in een smal straatje in het Groot Begijnhof. Het beschermde monument met een grote culturele, historische en esthetische waarde was oorspronkelijk een armenconvent uit de 17de eeuw en stond al jaren leeg. Het convent was nog volledig intact. De begijnen leefden er in alle soberheid en eenvoud, principes die ook aan de basis liggen van de ontwerpattitude van dmvA.
dmvA transformeerde het monument tot een gezinswoning waarbij het bouwvolume ongewijzigd bleef. De schaal van de kleine ruimtes en de aanwezige detaillering inspireerde dmvA om in te zetten op minimale interventies. Hierbij werd steeds gezocht naar maximaliteit in het minimale van de ruimte zoals in de Japanse architectuur.
Het armenconvent bestond uit een hoofdgebouw met individuele woonunits voor de begijnen en een 18de -eeuws bijgebouw dat gebruikt werd als was- en kookplek. Het hoofdgebouw werd omgevormd tot leef- en slaapruimtes, terwijl het bijgebouw dat uitgeeft op de kleine stadstuin getransformeerd werd tot leefkeuken.
Onzichtbare interventies
In het hoofdgebouw wordt elke ruimte in ere hersteld. Houten moer- en kinderbalken worden terug zichtbaar gemaakt en het stucwerk van de houten balken wordt gerestaureerd door middel van de techniek van het zogenaamde ‘turken’ (afwerking met kalkpleisterwerk). Als vloerafwerking voor het gelijkvloers worden sobere rode terracotta tegels gebruikt. Op de verdiepingen worden houten plankenvloeren hersteld en gerestaureerd. De verborgen houten draaitrap die het gelijkvloers verbindt met de zolder wordt terug operationeel gemaakt. Interventies beperken zich tot het wit schilderen van vloeren en trappen, het toevoegen van een spiegelwand en de implementatie van meubels.
Guillotinepoorten
Typerend voor de zolderruimte van het hoofdgebouw zijn de 17e eeuwse eiken kapspanten en de rode terracotta tegelvloer. Gezien de beperkte oppervlakte en de complexe ruimtelijkheid werden er geen aparte slaapkamers gemaakt maar wel Japans geïnspireerde ‘slaapboxen’ geïnstalleerd tussen de kapspanten. Verdiepingshoge aluminium guillotinepoorten scheidden de privé slaapplekken van de gemeenschappelijke speelruimte. De verticale openingen tussen de verschillende boxen werden afgewerkt door middel van spiegels waardoor de spanten optisch worden doorgetrokken. Aangezien Erfgoed Vlaanderen vroeg om de zolderruimte steeds in zijn oorspronkelijke vorm te kunnen herstellen zijn alle interventies reversibel/demonteerbaar.
Kruisbestuiving
Om de ruimtelijkheid in het bijgebouw te vergroten werd de vliering zolder verwijderd zodat de originele spantenstructuur van het dak terug zichtbaar werd. De monumentale witgeschilderde bakstenen schoorsteen, herinnert aan het samenleven van de begijnen in het convent. Heden transformeert de schouw, die de scheiding vormt tussen de keuken en de ontbijthoek, de ruimte tot een plek van verbinding en samenkomst.
De sfeer in de leefkeuken wordt bepaald door het eenvoudige historisch materialenpalet bestaande uit een rode terracottavloer, wit gekaleide muren en zichtbare naakte houten balken. Gebaseerd op het principe van eerlijkheid worden nieuwe toevoegingen zoals het keukeneiland en de raamkozijnen van de nieuwe raamopeningen uitgevoerd in geborsteld roestvaststaal waardoor er een kruisbestuiving bestaat tussen oud en nieuw.
Specifics
Opdrachtgever: J–E
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2011 – 2017
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Emilie Dorekens
Fotografie: Frederik Vercruysse








