Site Apostolinnen
Site Apostolinnen
In het historische centrum van Mechelen ligt de site Apostelinnen, op een hoger gelegen deel van de stad langs de Dijle. In de vroege ontwikkeling van Mechelen ontstonden er twee verschillende kernen die zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelden aan weerszijden van de Dijle. Dit duale verleden weerspiegelt zich vandaag nog steeds in het afwisselend grillige en onregelmatige stratenpatroon. In de middeleeuwen was dit deel van de stad minder dicht bebouwd. In het intra muros-gebied ontwikkelde zich bovendien landbouw. Later lieten welgestelde inwoners hier ook buitenverblijven en vakantiehuizen oprichten.
In 1926 kocht de familie Devis de site met de ambitie om het om te vormen tot een residentiële ontwikkeling, met behoud van de handelsfuncties langs de Onze-Lieve-Vrouwestraat. Om deze herontwikkeling zorgvuldig te kunnen aanpakken, werd door dmvA aan geschiedkundige P. De Greef gevraagd een historisch onderzoek over de site uit te voeren. De resultaten van dit onderzoek vormden mee de basis voor het ruimtelijk en conceptueel uitgangspunt van het project. Het was echter belangrijk om in het ontwerp de genius loci terug tot uiting te laten komen en de historische elementen te respecteren en te heropleven.
Uit het onderzoek bleek dat zich tussen de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de Tessestraat doorheen de eeuwen een fijnmazig netwerk van steegjes, woningen en werkplaatsen had ontwikkeld. In het begin van de 17de eeuw groeide de site meer naar een samenhangend geheel door het samenvoegen van verschillende percelen, waarbij het zogenoemde hoff ende huys meerdere keren van eigenaar wisselde. Later werd het domein ingenomen door de Apostolinnen, die door de aankoop van aanliggende percelen de site verder uitbreidden. In de loop van de 19de eeuw transformeerde het domein tot huisvesting voor de middenklasse en evolueerde het tegen het einde van die eeuw tot een dichtbebouwde woonkazerne. In 1926 werd het eigendom van de familie Devis en werd er een beddenwinkel in ondergebracht.
De site is gelegen tussen de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de smalle Tessestraat. Volgens het historisch onderzoek zijn er sinds de Middeleeuwen veel straten en steegjes verdwenen, waaronder het Moriaenstraatje en het Hellestraatje. Het Hellestraatje liep parallel met de Tessestraat en het Moriaenstraatje lag evenwijdig met de Onze-Lieve-Vrouwestraat. Ondanks deze verdwenen structuren zijn op de site nog steeds talrijke historische elementen aanwezig, zoals het Somerhuys, het erkerhuis, delen van het oude klooster en de oorspronkelijke tuinmuren.
Bij aanvang was de site volledig volgebouwd.
Door het binnengebied open te werken, konden de verdwenen straatjes opnieuw worden geïntroduceerd en werden de historische hoofdvolumes weer zichtbaar.
Het ontwerp vertrekt vanuit het historische stratenpatroon, waarbij het Hellestraatje en het Moriaenstraatje opnieuw zichtbaar worden gemaakt. Langs het Moriaenstraatje werd een nieuwbouw toegevoegd. Daarnaast werd het Somerhuys in ere hersteld met een toevoeging van circulatie aan de buitenzijde.
Op de site kunnen we zeven entiteiten onderscheiden: Het Somerhuys (17de eeuw), gerestaureerd en dient als privéwoning; een arbeiderswoning (20ste eeuw), gastverblijf in de privétuin van het Somerhuys; het Pakhuis (18de eeuw), basisonderdeel van het klooster van de Apostolinnen, bestaat nu uit 8 studentenstudio’s; een gerestaureerd erkerhuis (18de eeuw), twee 19de eeuws gebouwen met op de gelijkvloers winkelruimtes en boven 4 woonentiteiten; en tenslotte een nieuwbouw met 2 triplexwoningen.
Aan de Onze-Lieve-Vrouwestraat zijn er twee 19de eeuwse gebouwen met winkelruimtes op de benedenverdieping. Achter en boven de winkels bevinden zich 6 woonentiteiten, waaronder een nieuwbouw met twee triplexwoningen. De nieuwbouw dient als katalysator voor de gehele site: het is een bakstenen monoliet met buitentrappen die, in samenwerking met de stegen en de patio’s, voor nieuwe circulatie op de site zorgen teruggrijpend naar het Moriaenstraatje. Via de trappenconstructie zijn de woningen boven en achter de winkelruimtes opnieuw bereikbaar. Het gebouw is een overtreffende trap in baksteensteenarchitectuur, die met zijn tactiliteit opvalt door de uitpuilende voegen in het metselwerk. Naast de nieuwbouw bevindt zich een gerestaureerd erkerhuis uit de 18de eeuw waarin ook een triplexwoning is ondergebracht.
Centraal op de site bevindt zich het Somerhuys, gebouwd in de 17de De ramen zijn allemaal op het zuiden gericht, volgens het onderzoek was dit een woning die uitsluitend de zon als warmtebron gebruikte. Het huis werd gerestaureerd en dient als een privéwoning. Om de moer- en kinderbalken van de woning integraal te behouden, werd de stalen trap buiten het gebouw geplaatst.
Aan de Tessestraat bevindt zich de arbeiderswoning uit de 20ste Deze woning is nu een gastenverblijf in de privétuin van het Somerhuys. Ook hier werd een buitentrap in zwart staal voorzien.
Achter het Somerhuys is het Pakhuis gelegen, dat door de ontpitting van de site weer vrij is komen te staan. Het Pakhuis uit de 18de eeuw was het basisonderdeel van het klooster van de Apostolinnen. Het gebouw is nu omgevormd 8 studio’s voor studenten.
Alle ingrepen manifesteren zich bewust als nieuw. Door het historische en het hedendaagse niet te vermengen maar duidelijk van elkaar te onderscheiden, ontstaat een eerlijk geheel waarin verschillende tijdslagen naast elkaar kunnen bestaan en elkaar wederzijds versterken.
De herontwikkeling zet maximaal in op duurzaam ruimtegebruik: waardevolle historische gebouwen worden behouden, herbestemd en geactiveerd. Het openwerken van het binnengebied creëert licht, lucht en aangename verblijfsplekken.
De kleinschalige korrel, de doorwaadbaarheid van het terrein en de mix van functies en woningtypes dragen bij aan een levendig, veerkrachtig stadsdeel. Het geeft de site een menselijke schaal wat bijdraagt aan de sociale duurzaamheid.Het resultaat is een duurzame woonomgeving waarin erfgoed een tweede leven krijgt en een toekomstbestendige manier van stedelijk wonen mogelijk wordt.
Specifics
Opdrachtgever: Fase 1: Visbende / Fase 2: AB nv / B-apart
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2014 – 2018
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Valerie Lonnoy Veerle Delaunay, Gert-Jan Schulte
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: Fase 1: 350 m² / Fase 2: 1050 m²
Huis van Lorreinen
Huis van Lorreinen
Huis van Lorreinen bevindt zich op een prominente hoek van de Grote Markt in Mechelen, het historische hart van Mechelen met een rijke geschiedenis. De Grote Markt wordt gekenmerkt door diverse panden die getuigen van verschillende bouwperiodes, met als meest prominente gebouw het Stadhuis. Het Stadhuis van Mechelen is een samenvoeging van verschillende gebouwen en periodes waarbij de oudste delen hun oorsprong vinden in de 14e eeuw. Verder bevinden er zich gildehuizen en heropgebouwde neotraditionele panden. De site bevindt zich op de hoek van de markt, in de schaduw van de Sint-Romboutstoren. De grootste blikvanger van Mechelen.
De stad Mechelen kocht vijf aaneengesloten panden aan op de hoek van de Frederik de Merodestraat en de Scheerstraat, in directe aansluiting op de Grote Markt en binnen de invloedssfeer van de werelderfgoederkende belforttoren van de Sint-Romboutskathedraal. De stad gaf dmvA de opdracht om deze site te herontwikkelen tot een residentieel mixed-use project, met een combinatie van wonen en handel die de stedelijke dynamiek van het centrum versterkt.
Bij aanvang van het project kampte de site met meerdere problemen. De panden verkeerden in bouwvallige staat en stonden grotendeels leeg. Enkel de gevel van het hoekpand was nog geschikt om te behouden. De overige gevels waren te sterk aangetast om te recupereren. Daarnaast ontbraken kwalitatieve lichtinval, lucht en buitenruimte, wat de woonkwaliteit aanzienlijk beperkte.
Het ontwerpconcept vertrekt vanuit het creëren van licht, lucht en kwalitatieve buitenruimte. In plaats van de vijf kavels volledig te bebouwen, werd één kavel ingezet als een binnenstraat. Deze nieuwe, semipublieke ruimte fungeert als centrale circulatiezone waaraan alle wooneenheden worden ontsloten. De binnenstraat zorgt niet alleen voor optimale daglichttoetreding tot volumes, maar vormt ook een verbindende en activerende ruimte binnen het project. Aan het einde ervan werd een mur végétal voorzien, die de ruimte vergroent en extra kwaliteit toevoegt.
De private terrassen, opgebouwd uit strekmetalen vloertegels, zweven boven deze binnenstraat en bieden zicht op de nabijgelegen Sint-Romboutstoren.
Huis van Lorreinen is sterk verankerd in de stedelijke morfologie van de Grote Markt. In plaats van één grootschalige nieuwbouw te realiseren, koos dmvA ervoor om de oorspronkelijke perceelsstructuur en opeenvolging van gevels te behouden. Hierdoor blijven de woningen smal en verticaal, wat het straatbeeld fijnmazig en levendig houdt. De dubbele gevel helpt met de akoestiek: in dit drukke stedelijke gebied vormt de gelaagde constructie een buffer tegen omgevingsgeluid, waardoor de wooncomfort verhoogd wordt zonder dat openheid en daglicht verloren gaan.
Omdat het oorspronkelijke hoekpand witgepleisterd was, vroeg de stad om deze uitstraling opnieuw te introduceren. Dit principe werd doorgetrokken over de volledige gevelrij, telkens met een eigen materialiteit zoals aluminium lamellen, prefab zichtbeton met kruisjespatroon, glaspartijen en wit pleisterwerk. Zo ontstaat een harmonieus maar genuanceerd gevelbeeld. De geleding van de gevels wordt versterkt door een gradatie van zeer open aan de zijde van de Grote Markt naar meer gesloten dieper in de Scheerstraat.
Specifics
Opdrachtgever: Stad Mechelen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2011 – 2018
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Gert-Jan Schulte, Emilie Dorekens
Ingenieur Stabiliteit: Util struktuurstudies
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 689 m²
Workshop Boisbuchet
Workshop Boisbuchet
In 1986 verwierf Alexander Von Vegesach het domein van Boisbuchet in de regio Nouvelle-Aquitaine in Frankrijk met als doel het te herbestemmen tot een plek waar ‘jonge’ mensen cultuur/architectuur kunnen beoefenen en ontdekken in nauwe dialooog met de natuur. Hij richtte een stichting op en startte een internationaal workshop programma in samenwerking met Vitra design museum.
Ter gelegenheid van Boisbuchet’s 30ste verjaardag werd dmvA uitgenodigd om samen met het Duitse bedrijf Polycare er een workshop te geven van 13 oktober tot 23 oktober 2021. In de nabijheid van de projecten van Shigeru Ban, Lina Ghotmeh, Gilles Ebersolt, Alvaro Siza en Jörg Schlaich ontwierp dmvA een multifunctionele woning voor de toekomstige tuinman en kok van het domein. Het participatieve project zet in op circulair economisch bouwen door middel van een duurzaam bouwsysteem van Polycare.
De Duitse startup Polycare (heden Sembla) werd in 2010 opgericht door Dr. Gerhard Dust en Gunther Plötner met als doel een eenvoudig, circulair en betaalbaar bouwsysteem te ontwikkelen zodat onervaren mensen hun eigen woning kunnen bouwen. Dit resulteerde in het circulaire ‘lego’ blok bouwsysteem bestaande uit geïsoleerde polymeerbetonblokken, gemaakt van 90 % plaatselijk zand. De blokken kunnen eindeloos hergebruikt worden en vereisen geen waterverbruik tijdens de productie noch bij de constructie. Bouwen met deze blokken is erg betaalbaar dankzij de lage constructiekosten.
Polycare had met het bouwsysteem enkel in Afrika gerealiseerd waar de bouweisen minder streng zijn dan in Europa. Het doel van de workshop was om een woning te realiseren binnen de Europese bouweisen.
Experimenteel ontwerpend onderzoek tussen dmvA en Polycare heeft geleid tot ene ‘casestudy house’, een prototype voor een volledig circulaire en demonteerbare woning gebouwd volgens het principe van droogbouw. Funderingen bestaan uit gegalvaniseerde stalen schroefpalen die met elkaar verbonden worden door een stalen ringbalk, als basis voor het Polycare bouwsysteem. Vloeren en dak worden opgebouwd door middel van houten balken en multiplexplaten. Tijdens de workshop werd de ruwbouw van de woning werd gerealiseerd in minder dan 1 week door deelnemers van de workshop.
Conceptueel is het grondplan van de woning gebaseerd op de vorm van een klavertje drie. Drie volumes bestaande uit 2 slaapkamers en een keuken worden ingeplant rond een gemeenschappelijke ruimte, die zowel kan gebruikt worden als leefruimte of als overdekte buitenruimte. De centrale ruimte van het paviljoen is van vanaf elke zijde van het domein zichtbaar is vrij toegankelijk voor iedereen.
Alle facetten van duurzaamheid: sociaal, economisch en ecologisch, zijn vervat in het project op het domein van Boisbuchet.
Economisch is de woning betaalbaar dankzij het circulaire bouwsysteem van Polycare. De modulaire polymeerbetonblokken zijn goedkoop en eenvoudig te monteren.
Ecologisch is het ontwerp volledig circulair en demonteerbaar. De herbruikbare blokken, droogbouwmethode, lichte fundering en het gebruik van zonnepanelen en regenwaterrecuperatie beperken de milieu-impact. De compacte, multifunctionele indeling zorgt bovendien voor efficiënt ruimtegebruik.
Sociaal staat participatie centraal: de woning werd tijdens een workshop samen met deelnemers van de workshop gebouwd.
Specifics
Opdrachtgever: Domaine de Boisbuchet
Locatie: Domaine de Boisbuchet
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Kobe Garmyn, Kotryna Urbonaite
Huis DBVC
House DBVC
Vilvoorde was een van de eerste Europese steden die genoot van de industriële ontwikkeling van de late 19de en vroege 20ste eeuw. De ligging op enkele kilometers van de hoofdstad en de gemakkelijke verkeersverbinding stimuleerden het opbloeien van een belangrijk industriecentrum.
Een koppel met twee kinderen kocht een statige 19e -eeuwse herenwoning in het historisch centrum met een grote stadstuin en vroeg aan dmvA om de woning, die opgedeeld was in vier wooneenheden met tandartsenpraktijk het gelijkvloers, te transformeren tot een ééngezinswoning met oog voor ecologie.
Een historische kapel uit de 17e eeuw opgetrokken in baksteen en witte natuursteen alsook de restanten van de vroegere stadsomwalling gevonden in de stadstuin liggen aan de basis van het architecturale concept. Een L-vormige gesloten 19e -eeuwse aanbouw met plat dak wordt vervangen door een dubbelhoge open houten structuur die zichtlijnen creëert naar de historische relicten in de tuin.
Als constructie principe voor de uitbouw werd gekozen voor circulair houtskeletbouw principe. Een vliesgevel opgebouwd uit houten kolommen van larikshout ondersteunen niet alleen de houten dakconstructie maar vormen tevens de dragers van de houten raamkozijnen. Bovendien heeft houtskeletbouw ook logistieke en budgettaire voordelen.
Verbinding
Door haar hoogte verbindt de extensie letterlijk en figuurlijk de verschillende ruimtes van het huis. In de dubbelhoge ruimte werd een zwevende mezzanine geïnstalleerd met een bureau en een bijhorende bibliotheek. De bestaande deuropening tussen de nieuwe aanbouw en het hoofdvolume werd vergroot waardoor het daglicht tot in de bestaande woning kan doorschijnen en er steeds zicht is op de groene stadstuin. Ook de visuele interactie met de kerktoren en de historisch kapel wordt hierdoor versterkt.
De eerlijke en uitgepuurde hout architectuur van de uitbreiding staat in schril contrast met de rijkelijk gedecoreerde interieurs van de 19e -eeuwse herenwoning waardoor er een synergie ontstaat tussen de oud en nieuw.
Specifics
Opdrachtgever: DB–VC
Locatie: Vilvoorde
Realisatie: 2016 – 2018
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Lisa Estiévenart
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Fotografie: Bart Gosselin
Woning TP
Woning TP
Het project TP bevindt zich in de volkse buurt van Mechelen, in het stadscentrum. Mechelen was vroeger een belangrijk religieus centrum, waardoor er vandaag nog steeds acht kerken binnen de stad aanwezig zijn. Het huisje ligt pal naast één van die kerken, een imposant gebouw dat door zijn schaal en massiviteit het pand letterlijk in de schaduw duwt. In combinatie met de ongunstige oriëntatie van het perceel maakte dit de opgave complex. Bij het ontwerp kon de kerk uiteraard niet verwijderd worden, waardoor dmvA ervoor koos om ze niet als hinderlijk element te beschouwen, maar juist als een stedelijk decor en aanvulling van het gebouw.
Een alleenstaande vrouw met groene vingers kocht daar het huisje naast de kerk en vroeg dmvA om het te verbouwen. De klant had de wens om aan urban farming te doen, wat niet evident is in het centrum van een stad. Het perceel was bovendien helemaal volgebouwd en de achterzijde is noord gericht, waardoor die zich vaak in de schaduw van het hoofdhuis bevindt. dmvA creëerde niet alleen een huis dat aan haar wensen voldeed, maar zorgde ook voor een heropleving van de straat.
Een groene plek achter het huis was dus wegens lichtgebrek niet vanzelfsprekend. dmvA besloot daarom de achterbouw weg te halen, behalve een stalen ligger. De balk inspireerde hen om enkele liggers toe te voegen en daarop de serre te plaatsen. Door de serre letterlijk te laten zweven, creëerde dmvA een oplossing voor het lichtgebrek en zorgde op die manier dat de patio luchtig blijft. Als bijgevolg van het opentrekken van de kavel, ontstond er een mooi uitzicht vanuit de serre en de eerste verdieping, met de kerk als stedelijk decor.
Waar vroeger de garagepoort en de toegangspoort waren, maakte dmvA alles open tot aan de patio. Het is een overdekte buitenruimte onder het huis geworden, waar de auto kan geparkeerd worden. De ruimte is afgesloten door een poort met stalen lamellen geplaatst onder een hoek van 45 graden. Zo’n poort schenkt genoeg privacy, maar geeft toch een open, lichte indruk. Vroeger was het donker hoekje bij de poort een probleemplek in de straat, maar door de ingreep van dmvA is het een frisse hoek geworden die de straat doet heropleven.
Urban Farming in de stad
Aangezien er door de oriëntatie minder licht binnenkomt op de gelijkvloers van het pand, plaatste dmvA de slaapkamer beneden en de woonkamer boven. Naast de patio bevindt zich een kleine leefruimte die later ook als slaapkamer kan gebruikt worden. Door het weghalen van alle binnenmuren en het creëren van open ruimtes, lijkt de woning ondanks haar kleine woonoppervlakte (80m2) groter dan ze is. Zo werd de trap telkens aan de zijkant van het pand gezet, opdat de ruimtes niet doorbroken worden. Op de tweede verdieping was er recentelijk een stukje aangebouwd. dmvA haalde dat hoekje er weer af, bracht het pand terug naar zijn oorspronkelijke vorm en bouwde daar een dakterras. De gevels van het huis zijn wit gekaleid, waardoor de littekens er blijven doorkomen en zo de geschiedenis niet helemaal wordt verdoezeld.
Het interieur en exterieur van de woning werden bovendien grotendeels gerealiseerd met de hulp van de bouwheer zelf, wat het project een uitgesproken DIY-karakter geeft. Om die reden koos dmvA voor materialen die makkelijk te hanteren zijn, zoals OSB-platen. Deze platen zijn eenvoudig te verzagen en te bevestigen, waardoor ze ideaal waren voor zelfbouw. Ook de gevel werd door de bouwheer eigenhandig bepleisterd, en de serre aan de achterzijde werd mee opgebouwd via een zelfbouwpakket. Deze actieve betrokkenheid van de bouwheer versterkt niet alleen het persoonlijke karakter van de woning, maar maakt het project ook extra authentiek en eigen.
Specifics
Opdrachtgever: TP
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2013 – 2017
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 80 m²
House Oude Zak
House Oude Zak
De woning is gelegen in Brugge, nabij het stadspark. Aan de achterzijde van het perceel loopt de Augustijnenrei, met aan de overkant de toeristische Godshuizen van de Vette Vispoort. De voorgevel van de woning ligt aan de Oude Zak, een straat die wordt gekenmerkt door een gesloten straatbeeld met een mix van imposante 19de-eeuwse herenhuizen met bepleisterde en beschilderde lijstgevels, diephuizen en eenvoudige breedhuizen. Deze unieke ligging aan het water biedt een bijzonder historisch en landschappelijk kader voor het project.
Een Brugse familie woont als derde generatie in de stadswoning. De bestaande woning was gedateerd en werd gekenmerkt door donkere, gesloten ruimtes. Zowel de kelder met tongewelf als de zolder werden door hun sombere en onpraktische toestand nauwelijks gebruikt. De bouwheer wenste meer licht, meer ruimtelijkheid en een meer serene Japans geïnspireerde sfeer, zonder het karakter van de woning te verliezen.
Typerend voor de Oude Zak is de verheven ligging ten opzichte van de Reien. Binnen deze context werden diephuizen gebouwd op een massieve onderbouw met tongewelven. De ondergrondse ruimtes werden vaak gebruikt als werkplaats of opslagruimte.
De oorspronkelijke woning wordt gekenmerkt door een kamertypologie. Dit ruimtelijk principe vormt het vertrekpunt van het ontwerp. Door middel van subtiele ingrepen wordt het kamergevoel niet opgeheven, maar net versterkt, steeds met respect voor de bestaande structuur en materialen. Nieuwe toevoegingen worden bewust uitgevoerd in ruwe en naakte materialen zoals beton, hout, en staal.
De ondergrondse verdieping wordt omgevormd tot een grote multifunctionele ruimte. Niet-dragende muren worden afgebroken. Het tongewelf wordt doorgetrokken tot aan de achtergevel waardoor een perspectief naar de tuin en de Reien wordt gecreëerd. Omwille van de transparantie van het houten raamgeheel vervaagt de grens tussen binnen en buiten. Door de plaatsing van betonnen zit-elementen aan beide zijde van de ruimte ontstaat een plek voor zelfreflectie en meditatie.
Op het gelijkvloers naast de keuken aan de zijde van de Reien bevindt het terras. Een systeem van vouwschuifpanelen opgebouwd uit stalen kaders en verticale houten lamellen zorgen voor zonwering en privacy ten opzichte van de druk bezochte Godshuizen aan de overzijde. De panelen functioneren tegelijk als “ruimtevormend” element waardoor het terras kan omgevormd worden tot een patio of een afgesloten tuinkamer. De houten lamellen filteren het zonlicht en creëeren een intieme en rustgevende sfeer.
Op eerste verdieping is er de kinderslaapkamer aan de achterzijde. De kleine ruimte aan de straatzijde wordt omgevormd tot een compacte multifunctionele ruimte met douche en wc. Door middel van een “ziggurat” met wanden opgebouwd uit berkenmultiplex worden deze ruimtes als sequenties op een subtiele serene manier met elkaar verbonden.
De zolderverdieping wordt omgevormd tot master bedroom en ondergaat een grondige transformatie. De niet-authentieke dakstructuur wordt vervangen door een nieuw spantendak. De ritmisch geplaatste driehoekige houten spanten zijn niet alleen structureel maar creëren ook een sacrale sfeer die versterkt wordt door de opaal glazen kastdeuren. Een verdiepingshoge spiegelwand vormt de scheiding tussen slaapkamer en badkamer. De reflectie genereert een psychedelische sfeer.
Specifics
Opdrachtgever: Confidentieel
Locatie: Brugge
Realisatie: 2013 – 2017
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Kristof van Parijs
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: eengezinswoning 160 m²
Hooghuys
Hooghuys
Het Hooghuys is een historisch stapelhuis in de binnenstad van Mechelen en behoort tot de oudste gebouwen van de stad. Archeologisch onderzoek wijst uit dat de kern van het gebouw teruggaat tot de 13de–14de eeuw. Door zijn ligging aan de voormalige Melaanvliet vervulde het pand oorspronkelijk een belangrijke handelsfunctie, waarbij de monumentale stapelzolder het meest waardevolle en karakterbepalende element vormt.
Gedurende de laatste 130 jaar maakte het Hooghuys deel uit van de site van het Loretteklooster, waar het achtereenvolgens werd gebruikt binnen de context van klooster en school. Na het wegvallen van deze functies stond het gebouw ongeveer 25 jaar leeg. Deze langdurige leegstand had een nefaste invloed op de toestand van het pand, met zowel plunderingen als schade tot gevolg.
De restauratieaanpak van het Hooghuys vertrok vanuit twee kernprincipes: respect voor het historische gebouw en een zorgvuldige dialoog tussen oud en nieuw. In eerste instantie werden de talrijke tussenwanden van de voormalige nonnenkamers verwijderd om de ruimtelijke leesbaarheid te herstellen en een open kantoorstructuur mogelijk te maken. Vervolgens werd de houten balken- en spantenstructuur technisch hersteld en gerestaureerd, met bijzondere aandacht voor de monumentale stapelzolder.
Het gelijkvloers werd volledig gerenoveerd en ingericht als advocatenkantoor, terwijl de verdiepingen onder het dak een nieuwe invulling kregen met een architectenkantoor voor dmvA, een appartement en een loft.
Een cruciale ingreep betrof de isolatie van het puntdak. Om de historische houten bebording en spanten zichtbaar te behouden, werd gekozen voor het Scandinavische sarkingprincipe, waarbij de isolatie aan de buitenzijde van het dak wordt aangebracht. Op die manier kon het waardevolle interieurbeeld volledig gevrijwaard blijven.
Ook de buitenhuid van het gebouw werd zorgvuldig aangepakt. Doorheen de tijd was de gevelarchitectuur aangepast en verstoord geraakt. De oorspronkelijke gevelsituatie situeert zich aan de linkerzijgevel, die gekaleid was en zich in de slechtste staat bevond. Deze gevel werd ontdaan van begroeiing en opnieuw gekaleid.
Het houten buitenschrijnwerk werd grotendeels gerestaureerd; ontbrekende of onherstelbare elementen werden naar historisch profiel gereconstrueerd, afgestemd op de periode van het betreffende bouwdeel.
De aanpassingen uit 1825 hadden ingrijpende gevolgen gehad voor de spantenstructuur, onder meer door de inpassing van een monumentale trap. Deze ingrepen waren zowel technisch als visueel problematisch. Het herstel van deze structuur vormde dan ook een belangrijk doel van de restauratie. Op de tweede verdieping werd dit gecombineerd met een hedendaagse ingreep waarbij het trapvolume werd omhuld met spiegels. Achter deze spiegelwanden bevinden zich doorgangen, kasten, technieken en sanitair. Door de reflectie wordt het oorspronkelijke ruimtebeeld als het ware hersteld en versterkt.
Specifics
Opdrachtgever: City Site II / Bouwbedrijf Van Poppel
Locatie: Drabstraat 10, 2800 Mechelen
Realisatie: 2007 – 2013
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Valérie Lonnoy
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Fotografie: Frederik Vercruysse & Bart Gosselin
Schaal: 998 m²
Woning VMVK
Woning VMVK I
Het eerste huis van de klanten werd gebouwd in een kubistische moderne stijl. Hoewel ze met hun twee kinderen graag in dit huis leefden, besloten ze voor een twee keer te bouwen. Aangezien hun eerste huis aan een drukke straat was gebouwd, begonnen ze te dromen van een rustige omgeving. Nadat ze een mooi bouwperceel hadden gevonden in een bos naast de Goorbosbeek die uitmondt in de Nete, kreeg dmvA de opdracht om hun nieuwe woning te bouwen. De opdrachtgevers wilden een open en ruim huis met veel daglicht, doch privacy, waar ze in een gezellige sfeer konden ontspannen na een drukke dag.
dmvA maakte eerst een analyse van de bouwkavel. De belangrijkste karakteristieken waren de ongunstige oriëntatie (de straat is zuidgeoriënteerd), de dijk langs de Goorbosbeek op de kavel en de stedenbouwkundige voorschriften (nl. de verplichting om met schuine daken te bouwen). De uitdaging voor dmvA was duidelijk: Hoe bouw je op een respectvolle manier voor natuur en omgeving een woning op een ongunstige georiënteerde site in een mooie bosrijke omgeving vlak naast een dijk?
dmvA startte met het vervormen van een typisch zadeldak, gebaseerd op de stedenbouwkundige voorschriften. Vormstudies leidden tot een landelijke amorfe vorm van een verdraaid schilddak met verschillende hellingshoeken, dat rijst boven de dijk. Door een stuk uit het dak te ‘knippen’, krijgt het huis een sculpturale vorm.
Wegens privacy redenen, de oriëntatie van de straat en de hoogte van de dijk, plaatste dmvA de woonruimtes op de bovenverdieping, onder het schilddak. De ingang, de privé kantoorruimte, de garage, de slaapkamers en de badkamers zijn op de gelijkvloers geplaatst. Een monumentale witte tap leidt naar de ruime lichtrijke woonkamer met open keuken, georganiseerd rond een wit volume met een berging. Grote ramen geven zich op de groene omgeving en geven karakter aan de loft-achtige woonkamer. Een draaiende trap leidt naar de twee verdieping met een polyvalente ruimte, gelegen naast een impressionant dakterras. Het gebruik van witgelakt zink voor het dak en de muren benadrukt het huis als een icoon in de natuur.
Specifics
Opdrachtgever: VM-VK
Locatie: Confidentieel
Realisatie: 2007 – 2012
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Valerie Lonnoy, Katrien Geerinckx
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Fotografie: Frederik Vercruysse – Drone photo: Sergio Pirrone
Schaal: 506 m²
Woning VMVK II
Woning VMVK II
Zwevend wonen in de natuur
In een groene doodlopende straat te Sint-Katelijne-Waver woonde de bouwheer oorspronkelijk in House VMVK I, een eerder gerealiseerd project van dmvA. Deze woning is eerder een archetypische monoliet met een gesloten gevoel. Na 10 jaar snakte de bouwheer ernaar om meer in connectie met de natuur te leven. Bij toeval konden ze aan de overkant van de straat een villa met een grote levendige tuin kopen. De witte villa uit de jaren ’60 voldeed niet meer aan de hedendaagse eisen op gebied van comfort en had weinig contact met het omliggende park.
De bouwheer kocht ze met de bedoeling de villa te verbouwen waarbij maximaal werd ingezet op de beleving van de omliggende natuur.
Waar House VMVK I zich manifesteerde als een uitgesproken icoon in de omgeving, was de vraag nu eerder een woning met een introvert karakter. De bouwheer koos bewust voor deze wending: van een opvallende verschijning naar een huis dat zich terugplooit in de natuur, met een sterke focus op rust, beleving en geborgenheid. Daarnaast lag er deze keer ook de duidelijke vraag om niet opnieuw te streven naar een loftgevoel, maar om een architectuur te creëren die bestaat uit afzonderlijke plekken met een eigen intimiteit en beleving.
De kelder en de gelijkvloerse verdieping van de witte villa zijn bewaard & gerenoveerd en dienen als basis van de verbouwing en uitbreiding. Het bestaande volume is wit gebleven en de nieuwe toevoegingen werden in het zwart uitgevoerd, zodat er aan de achtergevel een gelaagdheid ontstaat.
Het architecturale ontwerp is gebaseerd op de drie volgende sleutelbegrippen: de omarming van licht, de absolute beleving van de omliggende natuur en de terugkeer naar de basis. Hierbij was het voor de bouwheer belangrijk dat het huis bestaat uit verschillende plekken in plaats van een loftgevoel.
De bestaande woning is omwikkeld met een stapeling van betonnen vloerplaten die als een zwevende spiraal rond de woning slingeren, een promenade architecturale als het ware. Men komt binnen langs de ondergrondse carport via de inkomdeur in het midden van de woning. Vandaar start een spiraal langsheen alle plekken in het huis. De hoogtegraad van de betonnen plateaus is evenredig met de hoeveelheid nood aan privacy per ruimte.
Het dak is structureel opgebouwd met contrasterende verniste houten draagbalken ten opzichte van het zwarte dak. De woning wordt omgeven met een glazen gevel en er werden patio’s gecreëerd met inheemse beplanting. Het resultaat is een rustige open woning met verschillende zichtlijnen en een ultieme beleving van de omringende groene rijkdom. De architectuur is vrijwel onzichtbaar omdat het opgaat in de natuur.
De woning is tot stand gekomen binnen drie duurzame hoofdlijnen. Eerst en vooral werd er van de bestaande villa zoveel mogelijk bewaard en verwerkt in het ontwerp. Het volume blijft wit en wordt door glas omhuld. Daarnaast wordt de impact op de grond minimaal gehouden door de uitbreidingselementen op een betonnen plateau te laten zweven en zo de grond te vrijwaren. Op de plateau werd de bouwstructuur opgetrokken met hout. Het houtskelet is volledig demonteerbaar en circulair.
Specifics
Opdrachtgever: VM–VK
Locatie: Confidentieel
Realisatie: 2019 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Nina Dalla, Kobe Garmyn
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 275 m2
Woning PVO
Woning PVO
Net buiten de ring van Mechelen, ten noordoosten van het stadscentrum, ligt een modernistische eengezinswoning uit de jaren ’50, ontworpen door de Belgische architect Lucien Engels (1928–2016).
Het project is gelegen in een aaneengesloten huizenrij. De bouwdiepte van de woning is beperkt en bovendien minder diep dan de twee aangrenzende buren. Hierdoor zorgen de hoge scheimuren ervoor dat de tuin aanvoelt als een besloten tuinkamer.
De woning werkt met splitlevels en heeft een beletagekarakter, wat de ruimtelijke organisatie sterk beïnvloedt. De benedenverdieping was daarbij ingericht als bergruimte, met slechts enkele ramen, waardoor er nauwelijks lichtinval was en het contact met de tuin minimaal bleef. Achteraan was er een smal balkon dat niet bruikbaar was als volwaardige buitenruimte. De uitdaging was een modernistische woning van Lucien Engels aanpassen naar de huidige noden en wensen van de bouwheer.
Lucien Engels
Engels stond bekend om zijn expressieve, plastische vormentaal, het spel van volumes en licht, en zijn aandacht voor de relatie tussen architectuur en omgeving. Daarnaast realiseerde hij talrijke rijwoningen in Vilvoorde, voornamelijk geïnspireerd op tijdgenoten en gekenmerkt door een heldere, transparante architectuur.
Hij liet zich inspireren door figuren als Henry van de Velde en Huib Hoste, pioniers van het modernisme in België, maar ook door de nieuwe materialen en technieken die in de jaren ’50 en ’60 in opkomst waren. Onder zijn tijdgenoten waren architecten als Renaat Braem, Léon Stynen en Willy Van Der Meeren, die net als Engels experimenteerden met beton, glas en staal om een open, functionele en sociale architectuur te ontwikkelen.
Kenmerkend voor Engels was zijn zoektocht naar een synthese tussen kunst en architectuur: hij werkte vaak samen met beeldhouwers en kunstenaars en zag gebouwen niet als losse objecten, maar als onderdelen van een ruimtelijk geheel. Zijn projecten, waaronder scholen, woningen en publieke gebouwen, weerspiegelden een humanistische visie waarin licht, ruimte en harmonie met de omgeving centraal stonden.
House PVO
De bouwheren, zelf grote bewonderaars van het werk van Lucien Engels, hechtten veel belang aan het behoud van zijn vormentaal en visie. dmvA benaderde de renovatie dan ook met grote zorg en gevoel voor erfgoed en wist de karakteristieke elementen op een eigentijdse, maar eerbiedige manier te herstellen en nieuw leven in te blazen.
De opdracht bestond erin meer contact te creëren met de omgeving en de aanwezige splitlevels optimaal te benutten. Door een aantal gerichte ingrepen werd deze vormgeving op een eigenzinnige manier versterkt. De nieuwe zichtlijnen doorheen het interieur werden geopend en de binnenruimtes werden op een natuurlijke manier verbonden met het nieuwe terras en de tuin. Het bestaande betonnen terras maakte plaats voor een nieuwe, uitgesproken terrasconstructie die de relatie tussen woning en tuin versterkt. Omdat het gebouw minder diep is dan de buren en de tuin wordt omringd door hoge scheimuren, kon deze constructie worden gerealiseerd en biedt ze bovendien een extra meerwaarde voor de tuin.
Wat deze woning bijzonder maakt, is het sterke contact met de straat. Dit werd versterkt door functionele plek te creëren aan de straat voor de fietsenberging. Door de vele zichtassen en doorzichten ontstaat er een visuele connectie tussen de straatzijde en de tuin, waardoor de woning voortdurend in dialoog staat met haar context.
Binnenin werden de functies herverdeeld en werd het niveau van de benedenverdieping verlaagd, waardoor deze bruikbaar werd als verblijfsfunctie. Hierdoor kon de bestaande split-levelstructuur optimaal benut worden. In combinatie met de grote raampartijen resulteert dit in een dynamisch spel van licht, zichtlijnen en niveauverschillen.
De nieuwe betonnen portiek draagt het terras en omhelst de modernistische vormentaal van Lucien Engels. Het terras is opgebouwd uit glasbouwstenen, waardoor er zo weinig mogelijk licht wordt weggenomen.
Specifics
Opdrachtgever: P – VO
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2016 – 2019
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Rob Naulaers
Ingenieur Stabiliteit: MATHH Engineering
Fotografie: Johnny Umans
Tuinarchitect: Stefan Morael












































































































