Ecole 13
Ecole 13
Het project bevindt zich in Sint-Jans-Molenbeek, een levendige Brusselse gemeente met een uitgesproken multicultureel karakter. Te midden van deze context staat de bestaande school, Ecole 13, een schoolvoorbeeld van een eind 19de-eeuws gebouw met een karakteristieke binnenstraat. De Franstalige basisschool heeft een prominente plaats in het straatbeeld door de ligging tegenover de brede Daringlaan, die uitkomt op het voetbalstadium. Deze zichtas verstrekt de aanwezigheid van de school in de buurt. Het perceel van de school verbindt twee straten met elkaar en is gelegen in een atypisch bouwblok.
De bestaande school bestaat uit een langgerekt volume dat zich uitstrekt over het bouwblok met een volledig verharde speelplaats. Aan de straatzijde bevond zich een oud gemeentegebouw dat in gebruik was als opslaggebouw. De tweede speelplaats, gelegen te midden van het bouwblok, werd geïsoleerd ten opzichte van de straat door de aanwezigheid van dit oude gemeentegebouw. De ontsluiting van de sporthal aan het einde van de speelplaats verloopt over de site.
Door het sterk groeiend leerlingenaantal van de school ontstond de nood aan uitbreiding. Na een technische en functionele analyse bleek dat het bestaande gemeentegebouw niet meer voldeed aan de huidige eisen van comfort. Daarom werd het volledig gesloopt in het kader van de schooluitbreiding. De nieuwbouw omvat acht klaslokalen en een polyvalente zaal, die ook toegankelijk moet zijn voor de buurt. Aan linkerzijde houdt de nieuwbouw afstand van het bestaande schoolgebouw om een passage naar de achterliggende speelplaats en sporthal te realiseren.
Het ontwerp vertrekt vanuit een compact grondplan dat aansluit bij de footprint van het voormalige gemeentegebouw. Deze compacte opzet is bewust gekozen omdat ze toelaat om de achterliggende speelplaats zo ruim mogelijk te behouden. Het gelijkvloers wordt zoveel mogelijk met glas opengewerkt om de school een uitnodigend en transparant karakter te geven en de speelplaats meer met de straat te verbinden.
Op het gelijkvloers worden de verticale circulatie en ondersteunende functies gebundeld in vaste kernen. Deze kernen bestaan uit een noodtrap en een lift, aangevuld met bergruimte. Door deze functies compact te organiseren, blijft de rest van het gelijkvloers maximaal vrij en flexibel in te delen.
Het gelijkvloers knikt in ten opzichte van de rooilijn, wat zorgt voor een overdekte inkom. Het voetpad loopt hierdoor in dezelfde materialiteit door tot aan de speelplaats, waardoor de inkom duidelijk gemarkeerd en makkelijk te vinden is.
De compacte uitbreiding krijgt een ingetogen architecturale vormgeving en geeft de schoolsite een nieuwe identiteit met respect voor het bestaande schoolgebouw.
De façade van de bovenbouw heeft in tegenstelling tot de gelijkvloers een meer massief karakter. De gevelopbouw bestaat uit een stapeling van betonpanelen en is visueel een knipoog naar de tabel van Mendeljev.
Op de verdiepingen zijn de klassen telkens georganiseerd rondom een vierkante centrale ruimte. Deze ruimte zorgt niet alleen voor circulatie maar functioneert ook als een multifunctionele ruimte die een klas-overschrijdende werking aanmoedigt.
De klassen zijn voorzien van opendraaiende wanden, die uitgeven op deze centrale ruimte. Deze bevordert de samenwerking tussen verschillende klasgroepen, biedt ruimte om individueel of in kleine groepjes samen te werken of voor allerhande projectwerk. Hierdoor ontstaat een educatief platform dat plaats biedt aan verschillende onderwijsvormen.
Tussen de uitbreiding en het bestaande schoolgebouw bleef een passage behouden als ontsluiting van de gehele scholencampus. Deze geeft uit op de speelplaats, die opgewaardeerd en onthard werd.
Op de speelplaats wordt er een luifel gecreëerd die met haar organische vorm een speels antwoord geeft op het fysiek beschermen van de kinderen.
Specifics
Opdrachtgever: Gemeente Sint-Jans-Molenbeek
Locatie: Sint-Jans-Molenbeek
Realisatie: 2012 – 2024
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Valerie Lonnoy, Lennart Visser, Ines Verhaegen & Lisa Servaes
Ingenieur Stabiliteit: UTIL
Ingenieur Technieken: Boydens Engineering
Fotografie: Johnny Umans
Schaal: 1250 m²
The Cube
The Cube
De West-Vlaamse stad Kortrijk is bekend vanwege zijn textielindustrie, als inkoopstad en zijn centrumfunctie op het vlak van tewerkstelling, dienstverlening en onderwijs. De stad heeft diverse hogescholen en een universiteit.
De campus van Vives is gelegen aan de Doorniksesteenweg, vlak bij de E17. De hogeschool is gelegen ten zuid-oosten van het stadscentrum in een sub-urbane omgeving als onzichtbare buur van Kortrijk Xpo, verstopt achter de vestiging van Meuleman Interieur, een introvert gebouw.De campus bestaat uit verschillende vrijstaande faculteitsgebouwen ingeplant rond het centraal gelegen Forum gebouw. Het cluster vormige Forum gebouw dat de administratieve diensten en de bibliotheek huisvest, vormt het hart van de campus
In 2015 kocht Vives hogeschool het bedrijfspand grenzend aan de campus tegenover de Xpo met als doel de campus uit te breiden en om meer zichtbaarheid te krijgen. Na een besloten wedstrijd werd dmvA aangesteld om een nieuw campus gebouw te ontwerpen bestaande uit een commerciële/administratieve gelijkvloers, een nieuw studentenrestaurant en twee auditoria.
De campus van Vives ligt strategisch tusssen de Xpo Kortijk en de campus van Kulak. Het doel voor de ontwikkeling van de site moet dus liggen in het vergroten van de doorwaadbaarheid naar de Xpo en Kulak, om zo de dynamiek van de campus naar de straatzijde te veruitwendigen en te integreren in de dynamiek van de buurt zodat de campus een gezicht krijgt aan de straatzijde.
Kenmerkend voor de bouwkavel is het hoogteverschil met de campus. De ontwikkeling van de kavel dient bijgevolg te gebeuren niet alleen architecturaal, maar ook stedenbouwkundig. De organisatie van de functies gebeurt bijgevolg op 2 niveaus, nl. de commerciële ruimten op het gelijkvloers (straatniveau) en de schoolfuncties op de verdiepingen (campusniveau). Door het ‘plateau’ van de campus letterlijk door te trekken rond het nieuwe bouwvolume, ontstaat een zwevend platform dat een duidelijke en logische scheiding vormt tussen publieke en semipublieke (buiten)ruimten, tussen retail en schoolfuncties.
Het zwevend platform is als het ware een katalysator voor de site: het structureert, bakent af en organiseert voetgangersstromen naar de schoolcampus. Het plein dat alzo ontstaat op de verdieping kan gebruikt worden als terras bij de polyvalente ruimte alsook voor diverse andere activiteiten. Grote openingen in het zwevend plateau en een brede buitentrap verbinden de overdekte buitenruimte met het multifunctionele activiteitenplein en leiden voetgangers naar de schoolcampus. De polyvalente ruimte (studentenrestaurant) met bijhorende professionele keuken vormt op die manier een belangrijke schakel in het ontwerp.
Kenmerkend en bepalend voor het concept is de intelligente draagstructuur van het gebouw. Uitgangspunt was om gebouw te creëren met grote open flexibel indeelbare ruimten. Binnen deze context is het gebouw opgevat als een letterlijke stapeling van functies/open ruimten, begrensd door horizontale betonnen ‘slabs’ die van elkaar gescheiden worden door een structuur van kolommen.
De vloerplaat boven de verdieping en de dakplaat worden respectievelijk opgehangen en gedragen door een systeem van stalen ranke en dubbelhoge vakwerkliggers. Enerzijds vormt het de eyecatcher, een uithangsbord voor de achterliggende site, anderzijds vormt het een exoskelet rond de bovenste twee verdiepingen. Zijn verdeling geeft een eerste hint naar wat zich aan de binnenzijde afspeelt. De dubbele gevel rond de vakwerkliggers met een buitenhuid opgebouwd uit witgelakte geperforeerde aluminiumplaten werkt niet alleen als ‘klimaatregulator’ maar versterkt ook de identiteit van het gebouw.
Specifics
Opdrachtgever: Ion bvba, Vives Zuid
Locatie: Kortrijk
Realisatie: 2015 – 2017
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Jolien De Baets, Gert-Jan Schulte, Rob Naulaers
Ingenieur Stabiliteit: COBE
Ingenieur Technieken: HP Engineers
Fotografie: Luca Beel
Schaal: 2500 m²
Vlashoeve
Vlashoeve
De West-Vlaamse stad Kortrijk ontstond uit een Romeinse woonkern op de kruising van de Leie en twee Romeinse heirbanen. Kortrijk groeide onder impuls van een bloeiende vlas- en lakennijverheid uit tot een van de welvarendste steden van Vlaanderen. Vandaag is Kortrijk bekend vanwege zijn textielindustrie, als inkoopstad en zijn centrumfunctie op het vlak van tewerkstelling, dienstverlening en onderwijs. De stad heeft diverse hogescholen een universiteit.
De Vlashoeve is gelegen op een strategisch scharnierpunt tussen de campus van Hogeschool VIVES Zuid en de universiteitscampus KULAK in Kortrijk. VIVES is een katholieke hogeschool ontstaan uit het samengaan van twee hogescholen in West-Vlaanderen. De site wordt in het noorden begrensd door een woon- en zorgcentrum en in het zuiden door een woonwijk.
Het historische hoevecomplex, daterend uit 1850, is één van de laatste typische Zuid-West-Vlaamse boerderijen op Kortrijks grondgebied. De site bestaat uit meerdere bouwvolumes namelijk de hoevewoning, de monumentale schuur en stallingen, gegroepeerd rond een vierkant erf enerzijds, een boomgaard en weiden anderzijds. Een centrale vijver splitst het domein op in twee delen.
In de jaren ’70 werd de vlashoeve omgevormd tot het vlasmuseum van de stad Kortrijk. Als uitbreiding werd toen aan de zuidzijde van de boomgaard een nieuwe vleugel gebouwd opgetrokken in baksteen. In 2015 verhuisde het vlasmuseum naar de binnenstad en kwam de hoeve leeg te staan. Naast gelegen VIVES hogeschool kampte met ruimtegebrek en verwierf de ganse site met als doel ze te transformeren tot het kenniscentrum van de hogeschool. Tevens moest de nieuwe afdeling wellbeing- en vitaliteitsmanagement onderbracht worden op de site.
dmvA werd aangesteld om de ganse site en de gebouwen te transformeren tot een uitbreiding van de scholencampus.
Op stedenbouwkundig concept vertrekt vanuit de doelstelling om de site terug toegankelijk te maken voor de Kortrijkzaan. Naast de bestaande oost-west-as die de site van VIVES en de campus van KULAK met elkaar verbindt werd er tevens een noordzuid-as gecreëerd waardoor de site ook toegankelijk wordt vanuit de woonwijk en het woonzorgcentrum.
Op landschappelijk niveau wordt de tweeledigheid van de site versterkt. De zuidwestelijk gelegen boomgaard en weide worden uitgewerkt als groene long en picknickweide voor studenten. De vierkante koer, omboord door de hoevewoning, schuur en stallingen, krijgt de uitstraling van een stedelijk activiteitenplein. Een nieuwe uitkragende luifel in de vorm van een abstract ‘boomblad’ fungeert als een minimale, sculpturale eyecatcher en vormt een hedendaagse ‘speakers’ corner’ in dialoog met de historische context.
Eerherstel hoeve
Door eerdere ingrepen, met name de verbouwingen eind jaren ’70 en ’80 en de museale invulling was de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteit van de hoeve aangetast. De schuur was opgedeeld in kleine compartimenten, de gebouwen hadden een gesloten en donker karakter en de relatie tussen erfgoed, landschap was verzwakt. De stad Kortrijk wenste de historische hoevesite te herbestemmen tot een levende annex van de bestaande scholencampus, met als doel de interactie en synergie tussen de academische wereld en het bedrijfsleven te stimuleren.
Het gebouw voor wellbeing- en vitaliteitsmanagement wordt gekenmerkt door een gesloten structuur met repetitieve draaglijnen en donkere ruimtes. Om hier licht, lucht en beleving te introduceren met behoud van de nodige discretie en privacy worden drie verticale, beglaasde lichtschachten toegevoegd. Deze brengen daglicht diep in het gebouw.
De nieuwe inkom van de administratieve vleugel wordt centraal gepositioneerd tussen schuur en stallingen. Een vrijstaand, compact volume met sanitaire functies en lockers zorgt voor een heledere ciculatie. De stallingen worden ingericht als kantoren en vergaderruimtes, terwijl de schuur haar open karakter terugkrijgt en wordt ingezet als polyvalente zaal.
Specifics
Opdrachtgever: Vives Zuid vzw
Locatie: Kortrijk
Realisatie: 2015 – 2017
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Ruben Van den Hove, An-Sofie De Backer
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Ingenieur Technieken: DWE
Fotografie: Luca Beel
Schaal: 3021,1 m²
Sports hall KA Hiel
Sports hall KA Hiel
De scholencampus KA Hiel bevindt zich in Schaarbeek, net boven Brussel, en manifesteert zich als een groene long binnen de stedelijke context. De campus wordt gekenmerkt door vrij grote hoogteverschillen in het terrein alsook door de verscheidenheid van gebouwen en paviljoenen. De bebouwing aan de randen van het bouwblok varieert van rijwoningen tot hoge vrijstaande flatgebouwen.
Voor scholencampus KA Hiel in Schaarbeek werd er aan dmvA gevraagd om een sporthal te ontwerpen voor de school zelf en de lokale gemeenschap. De sporthal moest zowel ontsloten worden vanuit de bestaande scholencampus als vanaf de straat. Met een beperkt budget werd er een duurzaam en onderhoudsarm sportgebouw gevraagd.
Inspelend op de campusmorfologie wordt de nieuwe sporthal als een autonoom object ingeplant. Door de verzonken inplanting in het talud van het grootschalige bouwvolume treedt er een schaalverkleining op. De nieuwe sporthal vormt een harmonieuze overgang tussen het hoge hoofdgebouw van de middelbare school en de kleinschalige kleuterpaviljoenen. De ontsluiting van de sporthal gebeurt via een natuurlijke insnijding in het hellende terrein.
De wanden van het basisvolume werden opgebouwd uit ontdubbelde wanden in waterdicht gewapend zichbeton, van elkaar gescheiden door isolatieplaten in pur. De wanden met een hoogte van 8 meter werden in 1 fase gestort. De dakstructuur bestaat uit een roostervloer uit gelamelleerd hout opgehangen aan 3 stalen vakwerkliggers en 1 stalen vakwerkligger in de langsrichting. Dit resulteert in een driedimensionale sculptuur met 6 ‘dakkamers’.
Het gebouw dat door zijn programma vrij gesloten is, manifesteert zich aan de buitenzijde als een ‘sport-doe-gebouw’. Het interne sportspeelveld wordt letterlijk in de derde dimensie veruitwendigd door het aanbrengen van de sportveldbelijning op de gevels. Het gebouw wordt aan de buitenzijde gebruikt als tennismuur, voetbalwand. Het gebouw animeert de leerlingen en de omgeving.
Specifics
Opdrachtgever: Scholengroep Brussel
Locatie: Schaarbeek
Realisatie: 2004 – 2009
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Lindsay Rinckhout, Sofie Buggenhout
Ingenieur Stabiliteit: BAS – Dirk Jaspaert Boydens
Fotografie: Frederik Vercruysse
Schaal: 1425 m²
School Balder
School Balder
Een verticale school
School Balder is gelegen in Sint-Gillis, Brussel, vlakbij het Zuidstation. Het project betreft een Nederlandstalige lagere school en een kinderdagverblijf in een dichtbebouwde stedelijke context waar hoofdzakelijk Frans wordt gesproken. De dichtbevolkte wijk wordt gekenmerkt door een grote culturele diversiteit maar ook door armoede en beperkte open ruimte. Het stratenpatroon bestaat uit compacte bouwblokken.
Het perceel ligt in een bouwblok dat voordien voornamelijk bestond uit 19de-eeuwse woningen zonder historische waarde. Deze zijn grotendeels afgebroken. Het bouwblok werd aan de Fonsnylaan ingevuld met kantoorgebouwen waardoor het zijn residentiële identiteit verloor.
Binnen dit bouwblok verwierf het GO! een relatief kleine kavel waarop een uitgebreid programma moest worden gerealiseerd. De uitdaging bestond erin om drie verschillende entiteiten te huisvesten: een basisschool, een kleuterschool en een plek voor de buurt. Het was ook van groot belang om zoveel mogelijk buitenruimte voor de kinderen te creëren. De school had al een vestiging in de Engelandstraat, waar uiteindelijk enkel de 2de en 3de graad bleef, terwijl de overige 12 klassen naar het nieuwe gebouw verhuisden.
Om het uitgebreide programma op het beperkte perceel te organiseren werden de functies logisch op elkaar gestapeld. Hierdoor kon er ook maximaal ingezet worden op het creëren van buitenruimte. Zowel op het gelijkvloers als op het dak werd een speelplaats voorzien.
De gelijkvloers werkt als transitruimte waar 3 gebruikersstromen worden gesplitst. Vanuit dit knooppunt vertrekt de circulatie naar de verschillende programmaonderdelen: Het kinderdagverblijf op niveau –1, de polyvalente ruimte op niveau +1 en de klassen op niveau +2, +3.
De interactie van het gebouw met de stad was een belangrijke doelstelling van het ontwerp. De school verankert zich in de stad, de buurt en het bouwblok. De gevel, de vorm van het dak en de interne structuur van het gebouw zorgen voor een evenwicht tussen geborgenheid en openheid. Het resultaat is een gebouw dat robuust oogt, zonder dat het een gesloten bunker wordt. De vide op het gelijkvloers maakt verbinding met het stedelijk weefsel. Het zadeldak en de erker grijpen terug naar de typische 19e -eeuwse woningen die ook terug te vinden zijn in de wijk. De polyvalente zaal, die ook door de buurt wordt gebruikt, wordt als kloppend hart uitgespeeld en zal overdag en in de avond leven in de straat brengen. Deze zaal is dan ook herkenbaar in de voor- en achtergevel door de uitspringende erker.
De polyvalente zaal kan opgesplitst worden naar een refter en turnzaal tijdens de schooluren en in de avond gebruikt worden als veelzijdige ruimte voor de buurt.
Om de polyvalente zaal kolomvrij te houden wordt een vakwerkligger gebruikt die de vloerplaten van verdieping +2 en +3 draagt. Het vervult niet alleen een structurele functie, maar wordt ook ingezet als een beeldbepalend architecturaal element.
De gevels worden uitgewerkt met een patchwork van metselwerk dat de gelaagdheid die het gebouw in zich draagt versterkt en een knipoog is naar de leefwereld van kinderen. Aangezien er in het schoolgebouw plaats is voor kinderen van 0 tot 8 jaar, werden er voor de verschillende leefgroepen verschillende sferen gecreëerd, telkens op maat van de gebruiker. Het gebouw weerspiegelt de groeifilosofie van de school waarbij de jongste kinderen zich beneden bevinden en per leeftijdsgroep opklimmen.
De gelaagdheid van het gebouw zorgt automatisch voor de spreiding van de functies en haar organisatie werkt diversiteit in de hand. Identiteit wordt gerealiseerd door een spel van kleur en ruimte. Tussen de klassen fungeert de gang als binnenstraat, die aanzet tot klas overschrijdend werken. In combinatie met de zitnissen biedt deze binnenstraat ruimte voor ontmoeting en samenwerking.
Er werden diverse buitenruimtes gecreëerd die kwaliteit geven aan het geconcentreerde programma: een speelruimte voor het kinderdagverblijf (nu klaslokalen), een speelplaats met karakteristieke luifel en sanitair paviljoen op het gelijkvloers en een insnijding in het zadeldak die een speelplaats als buitenklas vormt op de bovenste verdieping. De luifel wordt ontworpen aan de hand van een principe van trek en druk waardoor de buitenruimte op het gelijkvloers kolomvrij blijft en optimaal benut kan worden.
Een drukbevolkte en dichtbebouwde wijk in de stad brengt altijd verschillende functies met zich mee: wonen, werken, spelen en leren bestaan hier dicht bij elkaar. In die context is een Nederlandstalige school zoals Balder een voorbeeld voor sociale duurzaamheid. Ze vervult een belangrijke stedelijke functie en versterkt de diversiteit van de buurt, waar vooral Frans wordt gesproken. De polyvalente zaal is na schooluren open voor de buurt, waardoor de school deel wordt van het sociale leven. Door functies te stapelen, wordt de beschikbare open ruimte efficiënt gebruikt, terwijl er toch plek blijft voor ontmoeting en spel.
Specifics
Opdrachtgever: GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling infrastructuur
Locatie: Sint-Gillis
Realisatie: 2013 – 2020
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Emilie Dorekens, Eva Vanderborcht, Valerie Lannoy
Ingenieur Stabiliteit: UTIL struktuurstudies
Ingenieur Technieken: SB Heedfeld bvba
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 2000 m²






















































