Wasserijsite
Wasserijsite
De Wasserijsite kadert binnen het stadsvernieuwingsproject En route! voor de wijken Dampoort en Sint-Amandsberg in Gent. En route! zet in op duurzame mobiliteit, een betere woonkwaliteit en het stimuleren van creativiteit en ondernemingszin in de buurt, via de concrete uitwerking van enkele pilootprojecten. Op wijkniveau ligt de Wasserijsite centraal tussen het Bijgaardepark en de Heilig-Hartkerk. Hierdoor ontstaat een wisselwerking tussen het Bijgaardepark — dat draait om ontmoeten en wonen —, het voorplein van de Heilig-Hartkerk als ontmoetingsplek, en de Wasserijsite als plek voor lokaal ondernemen en creatief pionieren
De voormalige Wasserij der Vlaanderen is gelegen in een dichtbebouwd bouwblok, omsloten door aaneengesloten woningen. Het binnengebied wordt nagenoeg volledig ingenomen door enerzijds de voormalige wasserij en anderzijds een winkelcentrum met bijhorende parking. De historisch gevestigde en stelselmatig gegroeide industriële wasserij bestaat uit de oorspronkelijke wasserijgebouwen met bijhorende herenwoning aan de Toekomststraat, en een relatief recent bedrijfsgebouw aan de Kunstenaarstraat.
De opdracht voor dmvA startte met een ontwerpend onderzoek naar het potentieel om de site te herontwikkelen tot een betekenisvolle plek voor de buurt. Actieve buurtbetrokkenheid speelde hierbij een centrale rol: het programma en het concept werden tijdens participatiemomenten samen met buurtbewoners afgetoetst en verfijnd.
Een belangrijk uitgangspunt voor de aanpak van de site is het ontpitten van het binnengebied en het openstellen van het geheel naar de wijk. Op basis van een bouwtechnische en historische analyse werd beslist gebouwen van mindere waarde af te breken. Binnen de contouren van de bestaande gebouwen ontstaan zo open plekken die groen en ademruimte geven aan het bouwblok.
Tegelijk vallen een aantal elementen op die de identiteit en herkenbaarheid van de site mee bepalen. De negentiende-eeuwse gevel van het herenhuis aan de Toekomststraat, de industriële gevel aan de Kunstenaarstraat, de modernistische binnengevels en specifieke erfgoedelementen — zoals de schouw, het waterreservoir en het glasraam met het monogram van oprichter Maurice Dossche — blijven bewaard. Deze elementen verankeren het project in zijn geschiedenis zonder het te musealiseren, en versterken de identiteit en het geheugen van de plek.
Het project zet daarnaast in op toegankelijkheid en verbinding. Een nieuwe doorsteek tussen de Toekomststraat en de Kunstenaarstraat maakt de site doorwaadbaar. Deze route loopt deels door de buitenruimte en deels door een binnenstraat in het wasserijgebouw. Aan de Toekomststraat wordt een rijwoning verwijderd; de vrijgekomen wand wordt bekleed met verticaal groen door middel van klimplanten. Een stalen stempelconstructie, opgespannen tussen twee wanden, zorgt voor de stabiliteit van de vrijgekomen scheidingsmuren en vormt een herkenbare entree voor de site. Het binnengebied wordt landschappelijk vormgegeven door Fris in het Landschap, met een focus op een natuurlijke, verwilderde groenaanleg met diverse sferen. Terrassen en stapstenen structureren het plein zonder het vast te leggen, zodat verschillende vormen van gebruik mogelijk blijven.
De gebouwen op de site worden gerenoveerd met het oog op flexibiliteit en polyvalent gebruik. Dankzij een heldere organisatie, nieuwe circulatiekernen en doordachte technische ingrepen kunnen verschillende functies eenvoudig worden ondergebracht en later aangepast aan veranderende noden. Het beheer van de site is in handen van WasCo, dat de site verder invult via een programmatie met onder meer workshops, sportactiviteiten en culturele evenementen. Zo ontstaat een gemengde stedelijke plek die lokaal ondernemerschap en creatieve initiatieven ondersteunt — een plek waar werken, creëren en ontmoeten samenkomen.
In plaats van het industriële verleden van de locatie uit te wissen, integreert het ontwerp het bestaande karakter zorgvuldig. Dit resulteert in wat men littekenarchitectuur noemt: de geschiedenis van de plek blijft leesbaar. Nieuwe ingrepen gaan niet naadloos op in de bestaande structuur, maar benadrukken bewust de verschillen in tijd en materiaal. Zichtbaar beton, gegalvaniseerd staal en snelbouwmetselwerk staan expliciet naast gerestaureerde elementen.
Het ontpitte binnengebied met bewaarde modernistische gevels
De duurzaamheid van het project kent meerdere dimensies. Enerzijds wordt ingezet op hergebruik van bestaande gebouwen en materialen, wat de ecologische impact aanzienlijk vermindert. Anderzijds brengt het ontpitten en vergroenen meer biodiversiteit en waterinfiltratie in het bouwblok. De flexibiliteit van de ruimtes verlengt bovendien de levensduur van het project, doordat het eenvoudig kan inspelen op veranderende noden. Tot slot versterkt de sterke verankering in de buurt de sociale duurzaamheid, door ontmoeting, lokale economie en betrokkenheid te stimuleren.
Met deze transformatie toont dmvA hoe het herbestemmen van bestaande structuren kan bijdragen aan een meer diverse en inclusieve stad. De Wasserijsite is geen afgewerkt eindproduct, maar een raamwerk voor nieuwe stedelijke dynamiek — een dynamiek die samen met de gebruikers kan evolueren en tegelijkertijd geworteld blijft in haar context.
Specifics
Opdrachtgever: sogent
Locatie: Gent
Realisatie: 2017 – 2026
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Eva Vanderborcht, Dries Delagaye, Kotryna Urbonaite
Omgeving: Fris In Het Landschap, Asset
Ingenieur Stabiliteit: Denkbar
Ingenieur Technieken: HP Engineers
Credits 3D image: dmvA
Schaal: 1767 m2
Fotograaf: Bart Gosselin
Workshop Boisbuchet
Workshop Boisbuchet
In 1986 verwierf Alexander Von Vegesach het domein van Boisbuchet in de regio Nouvelle-Aquitaine in Frankrijk met als doel het te herbestemmen tot een plek waar ‘jonge’ mensen cultuur/architectuur kunnen beoefenen en ontdekken in nauwe dialooog met de natuur. Hij richtte een stichting op en startte een internationaal workshop programma in samenwerking met Vitra design museum.
Ter gelegenheid van Boisbuchet’s 30ste verjaardag werd dmvA uitgenodigd om samen met het Duitse bedrijf Polycare er een workshop te geven van 13 oktober tot 23 oktober 2021. In de nabijheid van de projecten van Shigeru Ban, Lina Ghotmeh, Gilles Ebersolt, Alvaro Siza en Jörg Schlaich ontwierp dmvA een multifunctionele woning voor de toekomstige tuinman en kok van het domein. Het participatieve project zet in op circulair economisch bouwen door middel van een duurzaam bouwsysteem van Polycare.
De Duitse startup Polycare (heden Sembla) werd in 2010 opgericht door Dr. Gerhard Dust en Gunther Plötner met als doel een eenvoudig, circulair en betaalbaar bouwsysteem te ontwikkelen zodat onervaren mensen hun eigen woning kunnen bouwen. Dit resulteerde in het circulaire ‘lego’ blok bouwsysteem bestaande uit geïsoleerde polymeerbetonblokken, gemaakt van 90 % plaatselijk zand. De blokken kunnen eindeloos hergebruikt worden en vereisen geen waterverbruik tijdens de productie noch bij de constructie. Bouwen met deze blokken is erg betaalbaar dankzij de lage constructiekosten.
Polycare had met het bouwsysteem enkel in Afrika gerealiseerd waar de bouweisen minder streng zijn dan in Europa. Het doel van de workshop was om een woning te realiseren binnen de Europese bouweisen.
Experimenteel ontwerpend onderzoek tussen dmvA en Polycare heeft geleid tot ene ‘casestudy house’, een prototype voor een volledig circulaire en demonteerbare woning gebouwd volgens het principe van droogbouw. Funderingen bestaan uit gegalvaniseerde stalen schroefpalen die met elkaar verbonden worden door een stalen ringbalk, als basis voor het Polycare bouwsysteem. Vloeren en dak worden opgebouwd door middel van houten balken en multiplexplaten. Tijdens de workshop werd de ruwbouw van de woning werd gerealiseerd in minder dan 1 week door deelnemers van de workshop.
Conceptueel is het grondplan van de woning gebaseerd op de vorm van een klavertje drie. Drie volumes bestaande uit 2 slaapkamers en een keuken worden ingeplant rond een gemeenschappelijke ruimte, die zowel kan gebruikt worden als leefruimte of als overdekte buitenruimte. De centrale ruimte van het paviljoen is van vanaf elke zijde van het domein zichtbaar is vrij toegankelijk voor iedereen.
Alle facetten van duurzaamheid: sociaal, economisch en ecologisch, zijn vervat in het project op het domein van Boisbuchet.
Economisch is de woning betaalbaar dankzij het circulaire bouwsysteem van Polycare. De modulaire polymeerbetonblokken zijn goedkoop en eenvoudig te monteren.
Ecologisch is het ontwerp volledig circulair en demonteerbaar. De herbruikbare blokken, droogbouwmethode, lichte fundering en het gebruik van zonnepanelen en regenwaterrecuperatie beperken de milieu-impact. De compacte, multifunctionele indeling zorgt bovendien voor efficiënt ruimtegebruik.
Sociaal staat participatie centraal: de woning werd tijdens een workshop samen met deelnemers van de workshop gebouwd.
Specifics
Opdrachtgever: Domaine de Boisbuchet
Locatie: Domaine de Boisbuchet
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Kobe Garmyn, Kotryna Urbonaite
Clinic & Living space A.
Clinic & Living space A.
Elsene is een van de 19 deelgemeentes van de stad Brussel en is gelegen rond de brede, lommerrijke Louizalaan met zijn vele exclusieve boetieks en chique restaurants. De wijk staat ook bekend om de vele chique appartementcomplexen en gebouwen in art-nouveaustijl. Een Brusselse tandradioloog kocht er enkele jaren geleden een laat 19e-eeuwse woning en vroeg dmvA om deze te transformeren en uit te breiden met orale beeldvormingskliniek en opleidingcentrum.
Beglaasde extensie
De classistische woning maakt deel uit van een groot stedelijk bouwblok en is letterlijk geprangd tussen twee grootschalige appartementsgebouwen. De gapende wonde in het straatbeeld en aan de tuinzijde wordt ingevuld met een nieuw L-vormig beglaasd bouwvolume dat het gabariet volgt van de naastgelegen scheimuren waardoor het gebouw zich beter integreert in zijn omgeving. De bestaande woning met historische elementen wordt behouden en gerestaureerd.
Stedelijke verdichting en flexibel/intelligent gebruik van ruimtes worden vaak minder geassocieerd met duurzaamheid, maar zijn daarom niet minder belangrijk. Binnen deze context worden functies van werken en wonen in dit project met elkaar verweven.
Het gelijkvloers en de eerste verdieping worden omgevormd tot pratijk- en kantoorruimte.
De tweede verdieping wordt getransformeerd tot slaapvertrekken met annex badkamer en wellness ruimte.
Op de derde en vierde verdieping bevinden zich de leeffuncties waarbij de dubbelhoge leefruimte aan de tuinzijde kan omgevormd worden tot een leslokaal.
De wijnbar achter het groen scherm aan de straatzijde kan gebruikt worden als vergaderruimte. De historische houten binnentrap wordt zowel prive als zakelijk gebruikt.
Gelaagde gevel
In contrast met een gesloten 19e-eeuwse woning zijn de gevels van het nieuwe bouwvolume volledig beglaasd. De ruimtes openen zich letterlijk naar de stad en willen bewust deel uitmaken van het stedelijk leven. Aan de straatzijde zorgt een “groenscherm” opgebouwd uit een zwartgelakt stalen frame met inox draadnet voor de nodige privacy alsook voor natuurlijke zonnewering. Het verticaal stedelijk groen absorbeert het stedelijk ruis en is tevens regulator van de luchtkwaliteit.
De beglaasde achtergevel is opgebouwd door middel van verdiepingshoge en dubbelhoge “minimal window” schuifpuien. Door het veelvuldig gebruik van glas vervaagt de grens tussen binnen en buiten. Overdag wordt de relatie met de mooie stadstuin en het groene binnengebied versterkt, ’s avonds heeft het gebouw zijn activiteiten prijs. Als zonnewering en privacy regulator wordt een verdiepingshoog mobiel guillotinescherm voor de glazen gevel gemonteerd.
Specifics
Opdrachtgever: VDB
Locatie: Elsene, Brussel
Realisatie: 2015 – 2019
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Ines Verhaegen
Ingenieur Stabiliteit: Ing. De Borchgrave Dave
Fotografie: Sergio Pirrone
Lorette Klooster
Lorette Klooster
Het Lorette Klooster ook gekend als het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid, maakt deel uit van een trapeziumvormig bouwblok gelegen in het hart van Mechelen tussen de Drabstraat en de Begijnenstraat naast de Vismarkt aan de Dijle. De site vormt een gelaagd geheel van gebouwen bestaande uit diephuizen (16de eeuw), een pakhuis (17e eeuw) en het neogotische kloostergebouw opgetrokken in de 19de– en vroege 20ste-eeuw.
Ten westen van het bouwblok bevindt zich de Drabstraat, een smalle straat die de Vismarkt verbindt met de recent heropende Melaanvliet. In de 19de eeuw werden de zuidelijke gevels van deze straat geüniformeerd volgens classicistische principes, wat resulteerde in een homogeen maar weinig leesbaar straatbeeld.
Achter deze 19de-eeuwse witgepleisterde gevelwand schuilen waardevolle historische gebouwen, waaronder de beschermde monumenten Hooghuys een pakhuis uit de 17de eeuw en ’t Sweert drie diephuizen uit de 16e eeuw. Ten zuiden van ’t Sweert bevindt zich een 19de-eeuws pand uit ca. 1888 met een minder historisch waardevolle kenmerken.
Het kloostersite verloor haar functie eind jaren 70. Gedurende meer dan 20 jaar hebben meerdere projectontwikkelaars getracht de site te ontwikkelen maar zonder resultaat. In 2006 werd de site uiteindelijk opgesplitst in twee delen. De neogotische kloostergebouwen werden verkocht aan projectontwikkelaar Costermans, de buitenruimtes en de gebouwen langsheen de Drabstraat werden eigendom van ontwikkelaar City Site.
De stad Mechelen formuleerde in samenwerking met Erfgoed Vlaanderen de randvoorwaarden van de reconversieopdracht die verschillende stedelijke doelstellingen samenbracht. Het project beoogde enerzijds een antwoord te bieden op de parkeerdruk in de binnenstad door de aanleg van een ondergrondse parkeergarage en anderzijds een gemengd programma te realiseren met woningen, kantoren en commerciële ruimten. Daarnaast moest de ingreep aansluiten bij de bredere stadsvernieuwingsoperatie rond de Melaan en de Lamotsite. Tevens diende bijzondere aandacht worden besteed aan de herwaardering en het behoud van het waardevolle bouwkundige erfgoed. De grootste uitdaging van het project lag in het verzoenen van deze erfgoedzorg met het uitgebreide programma van eisen.
dmvA werd door projectontwikkelaar City Site aangesteld als ontwerper voor het maken van het masterplan. Het doel was om de verborgen parel van het Lorette Klooster toegankelijk te maken voor de Mechelaar. Zowel de binnenkoer achter het Hooghuys als de vroegere driehoekige kloostertuin worden in ere hersteld en omgevormd tot semi-publieke tuinen. Door het heropenen van de steeg aan de Vismarkt alsook door het creëren van een nieuwe doorgang naast het Hooghuys ontstaat een voetgangersverbinding tussen de Melaan en de Vismarkt.
Het architecturale concept vertrekt vanuit het selectief verwijderen van bestaande volumes gebaseerd op historisch onderzoek. Minder waardevolle bouwvolumes werden afgebroken om ruimte te creëren voor een weloverwogen nieuwbouw. Het oorspronkelijke 19e -eeuwse bouwvolume tussen Hooghuys en ’t Sweert wordt vervangen door een nieuwbouw met inrit voor de ondergrondse parkeergarage, handelsruimte en drie appartementen, waarvan de gevels zijn uitgevoerd in witte baksteen die aansluit bij de witte pleister architectuur van het Hooghuys en de 19e -eeuwse gevels. Deze ingreep doorbreekt bewust op een subtiele manier de strikte geveluniformiteit van de Drabstraat en maakt de onderliggende gelaagdheid opnieuw zichtbaar.
De nieuwbouw wordt ingezet als aanvulling en niet als overheersend element. Uit respect voor het beschermde Hooghuys blijft het gelijkvloers deel onbebouwd waardoor er een steeg ontstaat die de straat verbindt met de semi-publieke binnenkoer. Door de aansluiting op de mansardedaken van ’t Sweert te spiegelen, wordt een evenwicht gezocht tussen oud en nieuw. Het onregelmatige ritme van raamopeningen in de gevel en de integratie van inpandige terrassen zorgen voor een hedendaagse interpretatie van de classicistische 19e -eeuwse gevel zonder het straatbeeld te verstoren.
Zicht vanuit de Melaan op het Hooghuys en het nieuwe volume met steeg naar de binnenkoer
Wonen aan een Kloostertuin
Het binnengebied, dat historisch fungeerde als kloostertuin en later als schoolspeelplaats, vormt het ruimtelijke hart van het project. Deze open ruimte bleef doorheen de geschiedenis een rustpunt binnen de dense stedelijke context. Ook in de nieuwe invulling wordt dit karakter behouden en versterkt.
In plaats van het gebied te verkavelen in private tuinen, werd bewust gekozen voor een semi-publieke, collectieve buitenruimte. De nieuwe achtergevels samen met de drie gerestaureerde historische puntgevels van ’t Sweert en de gerestaureerde neogotische gevels van de kapel en het kloostergebouw omkaderen het binnengebied en creëren een menselijke architectuur zonder de ruimtelijke samenhang te verstoren. De synergie tussen oud en nieuw verstrekt de historiciteit van de site.
Het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid bestaande uit een noordelijke en oostelijke vleugel opgetrokken in 1911 in neogotische stijl onder leiding van bouwmeester Edmond Peel, wordt gerestaureerd en getransformeerd tot een appartementen complex door architect Wil Bots.
De middeleeuwse gevels van ’t Sweert werden terug in ere hersteld en gerestaureerd door Beeck&Hermans architecten.
Specifics
Opdrachtgever: City Site/ Van Poppel
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2005 – 2018
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Valérie Lonnoy
Ingenieur Stabiliteit: Jan Van Aelst bvba
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 4735 m²
De Muze
De Muze
De site in Muizen bevindt zich op een strategische locatie aan de rand van Mechelen, tussen de spoorlijn Mechelen-Brussel en de Dijle. Gelegen aan de rand van het dorp biedt het terrein waardevolle zichten op de beemden van de Dijlevallei.
De opdracht bestond er in om op een voormalige fabriekssite een woonzorgcentrum te ontwerpen. Het nieuwe woonzorgcentrum werd centraal ingeplant binnen het nieuwe parklandschap, zodat het gebouw maximaal kon inspelen op de groene context en de zichten op de omgeving. De toegang tot het terrein gebeurt via een smalle flessenhals. De conciërgewoning aan de straatzijde fungeert zo als herkenbare toegangspoort tot de site.
Door de uitsnijdingen in het bouwvolume en de toepassing van groene daken gaat het gebouw subtiel op in de natuurlijke parkomgeving. De twee grote patio’s fungeren als duidelijke oriëntatiepunten voor de bewoners. Ondanks de uitgestrekte vorm blijft het gebouw relatief compact georganiseerd, waarbij de patio’s daglicht diep tot in de kern van het gebouw brengen.
De interne organisatie van het woonzorgcentrum is opgebouwd rond vier duidelijke clusters, verdeeld over de twee bouwlagen. Op het gelijkvloers bevindt zich, aansluitend aan de inkom, een meer publieke cluster met onder meer de cafetaria en gemeenschappelijke functies die zowel bewoners als bezoekers verwelkomen. Daarnaast zijn er drie woonclusters ingericht, verspreid over het gebouw, die telkens een herkenbare leefomgeving creëren voor de bewoners. Wooncluster 1 is specifiek ontworpen voor bewoners met dementie. Voor deze bewoners vormt de aangrenzende, inliggende patio een veilige en overzichtelijke buitenruimte die zelfstandig gebruikt kan worden.
De gevel wordt opgevat als een dambordpatroon met afwisselend een vlak- en ‘reliëf’ verband. Dit zorgt voor een tactiel gebouw.
In tegenstelling tot de bakstenen buitenhuid worden de buitengevels van patio’s en dakterrassen uitgevoerd in glad wit pleisterwerk. Openheid, laagdrempeligheid, licht, lucht, sereniteit en ruimte zijn kenmerkend voor deze buitenruimten.
De V-vormige kolommen, die onder het langwerpige gebouw door, doorgang geven naar de onthaalruimte, articuleren de ruimte. Het architecturaal concept gebaseerd op kleuren, sferen en materialen alsook de organisatie van clusters rond gemeenschappelijke ruimten zijn ontstaan vanuit het principe van zintuiglijke prikkeling van ouderen.
Alle wooneenheden hebben ongeveer dezelfde vorm en oppervlakte. Er werd bewust geopteerd voor een hoogte van 3 meter, om een ruimtelijk gevoel te creëren. Naar interieurafwerking werd er met rustgevende bruin-grijs-gele kleurenvariaties gespeeld, wat een huiselijk gevoel creëert. Zo zijn de binnendeuren in een andere lichte kleur afgewerkt dan bijvoorbeeld de handgrepen.
De tuin rondom het gebouw vormt een zachte sokkel voor het zorgcentrum en is opgevat als een open en toegankelijke groene ruimte die sociale interactie met de buurt stimuleert, zodat het woonzorgcentrum geen geïsoleerd eiland wordt maar deel uitmaakt van het bredere dorpsleven. Zo is er naast een aangelegde tuin die zich als park laat beleven ook een moestuin en boomgaard aanwezig. Deze verschillende tuintypologieën vormen zo het decor waartegen het sociale leven, met de bewoners van het centrum en buurtbewoners als actoren, zich kan afspelen. Een wadi, geïntegreerd in de tuinaanleg, biedt een ecologische oplossing voor het overtollige regenwater. Aan de straatkant bevindt zich de cafetaria, dewelke ingezet wordt als kleinschalig gemeenschapshuis dat uitnodigt tot interactie met de omgeving.
Specifics
Opdrachtgever: Senior Living Group
Locatie: Muizen
Realisatie: 2006 – 2016
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Gert-Jan Schulte
Ingenieur Stabiliteit: Meier
Ingenieur Technieken: IKP
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 5000 m²
Hooghuys
Hooghuys
Het Hooghuys is een historisch stapelhuis in de binnenstad van Mechelen en behoort tot de oudste gebouwen van de stad. Archeologisch onderzoek wijst uit dat de kern van het gebouw teruggaat tot de 13de–14de eeuw. Door zijn ligging aan de voormalige Melaanvliet vervulde het pand oorspronkelijk een belangrijke handelsfunctie, waarbij de monumentale stapelzolder het meest waardevolle en karakterbepalende element vormt.
Gedurende de laatste 130 jaar maakte het Hooghuys deel uit van de site van het Loretteklooster, waar het achtereenvolgens werd gebruikt binnen de context van klooster en school. Na het wegvallen van deze functies stond het gebouw ongeveer 25 jaar leeg. Deze langdurige leegstand had een nefaste invloed op de toestand van het pand, met zowel plunderingen als schade tot gevolg.
De restauratieaanpak van het Hooghuys vertrok vanuit twee kernprincipes: respect voor het historische gebouw en een zorgvuldige dialoog tussen oud en nieuw. In eerste instantie werden de talrijke tussenwanden van de voormalige nonnenkamers verwijderd om de ruimtelijke leesbaarheid te herstellen en een open kantoorstructuur mogelijk te maken. Vervolgens werd de houten balken- en spantenstructuur technisch hersteld en gerestaureerd, met bijzondere aandacht voor de monumentale stapelzolder.
Het gelijkvloers werd volledig gerenoveerd en ingericht als advocatenkantoor, terwijl de verdiepingen onder het dak een nieuwe invulling kregen met een architectenkantoor voor dmvA, een appartement en een loft.
Een cruciale ingreep betrof de isolatie van het puntdak. Om de historische houten bebording en spanten zichtbaar te behouden, werd gekozen voor het Scandinavische sarkingprincipe, waarbij de isolatie aan de buitenzijde van het dak wordt aangebracht. Op die manier kon het waardevolle interieurbeeld volledig gevrijwaard blijven.
Ook de buitenhuid van het gebouw werd zorgvuldig aangepakt. Doorheen de tijd was de gevelarchitectuur aangepast en verstoord geraakt. De oorspronkelijke gevelsituatie situeert zich aan de linkerzijgevel, die gekaleid was en zich in de slechtste staat bevond. Deze gevel werd ontdaan van begroeiing en opnieuw gekaleid.
Het houten buitenschrijnwerk werd grotendeels gerestaureerd; ontbrekende of onherstelbare elementen werden naar historisch profiel gereconstrueerd, afgestemd op de periode van het betreffende bouwdeel.
De aanpassingen uit 1825 hadden ingrijpende gevolgen gehad voor de spantenstructuur, onder meer door de inpassing van een monumentale trap. Deze ingrepen waren zowel technisch als visueel problematisch. Het herstel van deze structuur vormde dan ook een belangrijk doel van de restauratie. Op de tweede verdieping werd dit gecombineerd met een hedendaagse ingreep waarbij het trapvolume werd omhuld met spiegels. Achter deze spiegelwanden bevinden zich doorgangen, kasten, technieken en sanitair. Door de reflectie wordt het oorspronkelijke ruimtebeeld als het ware hersteld en versterkt.
Specifics
Opdrachtgever: City Site II / Bouwbedrijf Van Poppel
Locatie: Drabstraat 10, 2800 Mechelen
Realisatie: 2007 – 2013
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Valérie Lonnoy
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Fotografie: Frederik Vercruysse & Bart Gosselin
Schaal: 998 m²
HUB 01
HUB 01
Studentenhuisvesting in de toekomst
De meeste Vlaamse universiteitssteden kampen met een nijpend tekort aan kwalitatieve studentenhuisvestingen. Binnen deze context startte Vives Hogeschool in Kortrijk in 2012 een experimenteel project om een alternatieve manier van studentenhuisvesting te ontwikkelen.
dmvA en A3 Ontwerpburo werden aangesteld als ontwerpers en regisseurs om het participatief proces te begeleiden.
Wederkerende kernwoorden na een rondvraag bij studenten over de ideale studentenkamer zijn ‘mobiliteit/vrijheid’ en ‘eigenheid’. Het uitgangspunt van het concept was om studenten de kans te geven hun eigen mobiele kamer in te richten.
Educatief design
HUB 01 is een mobiel studentenhuisvestingstation bestaande uit een centrale terminal waar verplaatsbare studentenkamers in de vorm van een container kunnen aan worden gekoppeld volgens een plug-in systeem. Het concept is gebaseerd op drie principes: mobiliteit, ‘personalisatie’ en educatief design. De interieurs van de verschillende studentenkamers werden door de studenten mee uitgewerkt.
De vorm van de centrale hub is gebaseerd op een IPhone. Deze mobiele terminal behelst een centrale keuken, een gemeenschappelijke woonkamer en een badkamer. Door een eenvoudig accordeon verbindingssysteem vergelijkbaar met een vliegtuigslurf kunnen de aparte kamers op een eenvoudige manier aan de terminal worden gekoppeld.
De basis van elke kamer is een zeecontainer die steeds werd omgevormd tot een ander studentenkamerconcept. Er werden vijf verschillende kamerprincipes ontwikkeld:
- ‘back to basics’, gebaseerd op ecologische principes en aan de buitenzijde bedekt met planten.
- ‘passief wonen’, een zelfvoorzienende unit met zonnepanelen en een windturbine op het dak.
- ‘streetlife’, een woonunit met het skate ramp op het dak en wanden bespoten met graffiti
- ‘minimalistisch’ de prikkel loze witte units voor studenten die zonder afleiding willen leven en studeren.
- ‘luxe’, een studentenkamer opgevat als een luxe hotelkamer
Circulair en zelfvoorzienend
De centrale terminal bestaande uit stalen op maat gemaakte units met afmetingen gebaseerd op deze van een container (244 x 600) kan gedemonteerd worden en is daardoor eveneens verplaatsbaar.
Het project is volledig zelfvoorzienend door middel van zonnepanelen en een windmolen. In 2012 werd op de Internationale Interieur Biënnale Kortrijk een prototype van HUB 01 gepresenteerd
Interieur van de ‘back-to-basics” kamer
Specifics
Opdrachtgever: vzw Katho, Katholieke Hogeschool Kortrijk
Locatie: Kortrijk
Realisatie: 2011 – 2012
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Emilie Dorekens (dmvA), Sabine Rosseel (A3 ontwerpburo /Art, Architecture And more)
Ingenieur Technieken:Bvba Studiebureel Vansteelandt
Fotografie: Mick Couwenbergh
Schaal: 225 m²
Jeugddomein De Hoge Rielen
Jeugddomein De Hoge Rielen
De Hoge Rielen is een verblijfsdomein waar multifunctionele activiteiten en innoverende natuur-educatieve initiatieven voor de jeugd worden georganiseerd. Om het project te kunnen kaderen, moeten we terugkeren naar de jaren ‘60 toen het domein is ontstaan als militair landschap tijdens de Koude Oorlog. Het Britse leger creëerde opslagloodsen en kampen doorheen Europa om snel te kunnen reageren bij militaire onrust. Wanneer de loodsen uiteindelijk effectief in Kasterlee opgebouwd waren, was het militaire concept met lokale uitvalbasissen echter achterhaald. Hierdoor heeft het domein slechts acht jaar lang een militair doeleind gehad. Sinds 1976 wordt het gebied als jeugdaccommodatie gebruikt. In die tijd werd er geen waarde toegekend aan het militaire historisch erfgoed en dat zie je aan de manier waarop er met de loodsen werd omgegaan. Verschillende loodsen werden ingrijpend verbouwd om te dienen als verblijfsgebouw.
In 2004 werd een masterplan opgesteld door Studio Secchi & Viganó dat het domein opdeelt in een natuurlijke, militaire en pedagogische laag waarbij er wél waarde wordt gehecht aan de opslagruimtes als militair erfgoed.
Het natuurlijke landschap heeft een ecologische en esthetische waarde en bestaat uit naaldbossen en patches met een hogere biodiversiteit, waaronder heide.
Het militaire landschap wordt gekenmerkt door loodsen, ophogingen en waterbassins die volgens de regels van “de juiste afstand” over het terrein verspreid zijn tussen een netwerk van wegen.
De educatieve/recreatieve laag, die tot uiting komt als jeugdcentrum, gebruikt de eerste twee lagen als onderlegger en omvat een intern en een extern gedeelte. Het interne gedeelte bestaat uit nabijheidsgebieden die ten dienste staan van groepsactiviteiten. Een nabijheidsgebied heeft telkens een paviljoen of kampeerterrein als centrum gecombineerd met een open ruimte voor spel en kampvuur.
Het externe gedeelte van de educatieve laag bestaat uit de middenweg en collectieve voorzieningen zoals het onthaal en de hostel Wadi. De middenweg is de kapstok van het domein en doet dienst als verbinding voor het zachte verkeer tussen de omliggende dorpen.
Het masterplan van Studio Secchi & Viganò analyseert op het domein een gradiënt die aan de westzijde getypeerd wordt door constructies met een expressieve architecturale taal die past bij het meer publieke karakter en die richting het oosten overgaat naar een authentiek militair landschap. Hiervan getuigen het onthaalgebouw aan de westelijke toegangspoort (Erik Wieërs, 2002), ontworpen als imposante maxiloods om groepen te ontvangen en Hostel Wadi (Secchi-Viganò, 2013) dat logeerplekken biedt in een cirkelvormige constructie die volledig opgaat in het groen.
In het midden van het domein zijn de gebouwen sinds de jaren ’80 ingrijpend getransformeerd maar deze zijn qua ontwerp meer low profile dan de volumes aan de westzijde. Het is binnen deze context dat dmvA Theater en Gebouw 39 heeft gerealiseerd, als ingetogen volumes gebaseerd op de bestaande loodsen. Aan de oostzijde is het militaire landschap het meest voelbaar en authentiek. Hier worden de loodsen gezien als een overdekte en beschermde uitrusting waarvan de schillen intact blijven. In deze zone pakte dmvA Gebouw 27 en Gebouw 30 aan op een restauratieve manier. Daarnaast creëerde dmvA met OMGEVING Vuurplaats B, die binnen het concept van een nabijheidsgebied past met plaats voor een kampvuur en groepsactiviteiten.
Gebouw 39
Gebouw 39
Het bestaande paviljoen werd wegens haar slechte bouwfysische staat afgebroken en er werd een nieuwe verblijfsaccommodatie gecreëerd voor groepen met 20 vaste slaapplaatsen. Er werd getracht het nieuwe gebouw te ontwerpen naar eenzelfde logica waarmee de militaire gebouwen ontworpen zijn, rekening houdende met de hedendaagse technieken en functionele eisen. Het gebouw werd daarom opgevat als een shelter waaronder het paviljoen werd gebouwd. Deze shelter werd gerealiseerd in vezelcement golfplaten in lijn met het materiaalgebruik op het domein. De buitenzijde werd afgewerkt met prefab betonpanelen met het oog op functionaliteit en robuustheid met een belijning en ritmering van raamopeningen die refereert naar de opbouw van de militaire loodsen. Het buitenschrijnwerk werd uitgevoerd in hout.
De vier slaapkamers van het paviljoen worden aan weerszijden van de centrale leefruimte georganiseerd. Door grote raampartijen aan noord- en zuidzijde zoekt de leefruimte maximaal contact met de middenweg en de omgevende natuur. De slaapruimtes worden per twee georganiseerd met telkens vier stapelbedden en integraal toegankelijk sanitair. Aan één van de twee slaapplaatsen wordt telkens een mezzanine boven het sanitair gekoppeld die flexibel gebruik toelaat.
Theater
Het gebouw Theater behelst een grote multifunctionele ruimte die kan gebruikt worden voor een muziekuitvoering, een dansvoorstelling, een receptie, een vergadering… Het is een uniek bakstenen project waarbij de geschiedenis van de Hoge Rielen zichtbaar is aan de hand van verschillende soorten metselwerk. Zo komt de oorspronkelijke militaire fase tot uiting in de stalen frame met invulmetselwerk in een halfsteens verband en is de start van de pedagogische fase in de jaren ’80 zichtbaar door het metselwerk in een wild verband (de bijgebouwde schouw).
De uitzuivering en het behoud van die historische leesbaarheid was een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerp van de reconversie. In functie van het gevraagde programma zijn er extensies toegevoegd die uitgevoerd zijn in een gelijmd stapelverband en zo een nieuwe tijdslaag creëren. In lijn met de toegevoegde schouw die op de middenweg staat, zijn de extensies sculpturaal opgevat waarbij de loods niet meer als een gesloten doos wordt gezien, maar er contact wordt gezocht met de omgeving en de middenweg. Deze interactie wordt versterkt door het creëren van openingen in de zuidgevel en de schouw.
Aan alle kanten van de polyvalente zaal is een gordijnenrail geplaatst die in het midden van de zaal uitmondt in een cirkelvormige rail. Zo kunnen de gebruikers de sfeer en de daglichttoetreding van de zaal zelf bepalen naargelang de functie en de noden, wat de flexibiliteit en de polyvalentie van de zaal bekrachtigd.
Vuurplaats B
Constructie van de kampvuurkring
Vuurplaats B
De kampvuurplaats werd ontworpen in samenwerking met OMGEVING landschapsarchitecten. De bestaande vuurplaats, die niet meer was dan een geblakerd stuk grond, werd omgevormd tot een vaste kampvuurkring met 180 zitplaatsen. Ze vormt een deels verheven, deels verzonken kring in het open landschap. De toegang waarin de zitranden verdwijnen, is centraal toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Aan de helling is een berging voorzien in roestvast staal waarin een kruiwagen geborgen kan worden voor de aanvoer van het brandhout.
Gebouw 27
Gebouw 27
Gebouw 27 is een goed bewaarde militaire loods die vandaag wordt gebruikt als uitvalsbasis voor het klimbos. De buitenschil werd met een restauratie-attitude gerenoveerd en binnen werd een tribune, bergruimte en sanitair voorzien ter ondersteuning van het avonturenparcours. dmvA ontwierp een klimelement, geplaatst over het talud rondom het gebouw, als tussenschakel tussen de loods waar initiatieles wordt gegeven en de toren die naar het klimbos leidt. De constructie bestaat uit gele staalplaten en is zo reversibel mogelijk gemaakt door ze enkel aan de funderingszolen te verankeren. Aan de zuidgevel van het gebouw werden twee gele schuifpoorten voorzien, corresponderend met het klimelement.
Gebouw 30
Gebouw 30
Deze loods bleef bewaard in zijn oorspronkelijke vorm en wordt getypeerd door een staalframebouw met rood metselwerk en vezelcementen golfplaten. Aangezien deze loods in de oostzijde van het domein ligt, werd voor een restauratieve aanpak gegaan met minimale ingrepen. Het gebouw vormt voor de naastgelegen kampeerplaats een shelter om te spelen, eten, slapen of koken. De buitenschil werd gerenoveerd en voorzien van nieuwe rode nooddeuren in de kopse gevels.
Specifics
Opdrachtgever: Departement CJM
Locatie: Kasterlee
Realisatie: 2017 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Eva Vanderborcht, An-Sofie De Backer
Ingenieur Stabiliteit: Archimedes
Ingenieur Technieken: Archimedes
Fotografie: Stijn Bollaert
GC Elzenhof
GC Elzenhof
Elzenhof is gelegen in Elsene, een Brusselse gemeente net ten zuiden van het stadscentrum. Het gemeenschapscentrum maakt deel uit van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en fungeert als draaischijf voor de Vlaamse gemeenschap in Brussel. Het is een ontmoetingsplaats waar je terechtkan voor workshops, een cafetaria, bijeenkomsten, kleine theatergezelschappen, muziek en meer. Ook Kind & Gezin heeft er een afdeling.
Het programma van eisen bestond uit de reorganisatie van de inkomzone, de omvorming van de zolder tot multifunctionele oefenzaal of kunstenwerkplaats, een groot dakterras aan de cafetaria en het connecteren van het centrum met de tuin via een brede ondergrondse trap.
Elzenhof bestaat uit drie historisch waardevolle herenhuizen die grandeur uitstralen. In de loop van de jaren zijn er in de gebouwen verschillende ingrepen gebeurd om de faciliteiten te verbeteren. De opdracht die dmvA via een wedstrijd toegewezen kreeg, kadert binnen dit stapsgewijze verbeteringsproces.
De donkere kelder is omgevormd tot een lichtrijke multifunctionele plek die bijvoorbeeld als crèche kan dienen maar evengoed als podium & de trap als tribune. De interventies zijn subtiel maar hebben een grote impact op de werking van het gemeenschapscentrum.
Specifics
Opdrachtgever: Vlaamse Gemeenschapscommissie
Locatie: Elsene
Realisatie: 2011 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Gert-Jan Schulte, Lukas Versteele, Rob Naulaers, Ine Papen
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Ingenieur Technieken: Boydens Engineering
Fotografie: Goedele De Wilde
Schaal: 2800 m²
Herbestemming site Mispelters
Herbestemming site Mispelters
Gelegen in het hart van Mechelen, kent site Mispelters een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1588, toen het een kloosterpand van het Bethaniëklooster was. In 1810 werd het een brouwerij genaamd ‘Den Posthoorn’, waarbij de vier aparte gebouwen samengevoegd werden tot één functioneel geheel. Later huisvestte er de kantoorwinkel ‘New Mispelters’ gedurende 70 jaar. Na de sluiting van de kantoorwinkel in 2019 werd de site opgedeeld en verkocht aan 2 opdrachtgeveers die samen de ambitie uitspraken om er gezamenlijk 1 gemengd stedelijke inbreidingsproject van de te maken, bestaande uit een stadswoning, appartementen, commerciële ruimten en het kantoor van dmvA.
De site bevindt zich op de hoek van de Sint-Katelijnestraat en de Oude Beggaardenstraat vlak bij de Sint-Romboutskatredraal en naast het Prinsbischoppelijk paleis. De Sint-Katelijnestraat is één van de belangrijkste toegangswegen tot de stad Mechelen. Kenmerkend voor de Sint-Katelijnestraat is de aanwezigheid van tal historische ‘diephuizen’ en ‘breedhuizen’.
Bij aanvang van het ontwerpproces werd een historisch analyse gemaakt van de site. Historische afbeeldingen en het oude vlietenplan van de stad Mechelen brachten de aanwezigheid van een oude (overwelfde) vliet langsheen de site aan het licht. Deze vliet leidde tot het stedenbouwkundig concept van het project. Weinig waardevolle en nietszeggende achterbouwen werden afgebroken en moesten plaats ruimen voor een gemeenschappelijke binnentuin naast de vliet. De semi-publieke ruimte stimuleert het sociale contact tussen alle bewoners van de site en werkt als een katalysator voor de ganse site.
Op architecturaal niveau werden de 4 verschillende gebouwen, die in het verleden zowel fysiek, uitwendig als functioneel met elkaar verbonden werden, terug in ere hersteld tot 4 autonome unieke entiteiten met elk hun eigen architecturale uitstraling. Het Diephuis werd terug getransformeerd naar een woning. Het Breedhuis werd omgevormd tot een commerciële ruimte met 2 woontiteiten. Het hoekgebouw, genaamd Drijhoek, huisvest het nieuwe kantoor van dmvA terwijl het Pakhuis in zijn industriële glorie werd hersteld en omgevormd werd tot parking en 2 loftwoningen.
Om de toekomstbestendigheid van de site te verzekeren werd achter het historische Diephuis en Breedhuis een langgerekt nieuw bouwvolume in eenvoudige baksteenarchitectuur toegevoegd. Deze uitbreiding herbergt niet alleen de privatieve buitenruimten van de woonenteiten maar ook een nieuwe gemeenschappelijke traphal en lift, die gedeeld wordt met het kantoor van dmvA. Hierdoor kunnen toekomstige functiewijzigingen eenvoudig worden opvangen.
De historische koetsdoorgang van het Breedhuis, typisch voor stedelijke huizen uit de 17e en 18e eeuw, werd in ere hersteld en fungeert nu als gemeenschappelijke entree voor het Diephuis en Breedhuis.
Diephuis en Breedhuis
Het Diephuis – wonen naast een vliet
Het Diephuis is een traditioneel woningtype dat vanaf de late middeleeuwen (14e en 15e eeuw) veelvuldig werd toegepast in Vlaamse en Nederlandse steden. Kenmerkend is de smalle gevel langs de straatzijde en de diepe, langgerekte plattegrond op vaak smalle kavels. Naast een diephuis betreft het ook een klokgevel: een geveltype dat vooral in de 17e en 18e eeuw populair was, waarbij de top van de gevel een gebogen, klokvormige omtrek heeft. Dit Diephuis, gelegen langs de vliet werd uitgebreid met een klein nieuw volume alsook met een zwevend terras op de verdieping.
Het Breedhuis – commerciële ruimte en 2 loften
Het Breedhuis is een woningtype dat vooral vanaf de 16e eeuw opkwam, toen bredere kavels en representatieve gevels meer in trek kwamen. In tegenstelling tot het diephuis heeft het een brede gevel en een relatief ondiepe plattegrond. Karakteristiek voor het Breedhuis zijn de opbouw van vloeren doormiddel van moer- en kinderbalken. De 17de eeuwse dakstructuur met eiken kapspanten werd integraal behouden en gerestaureerd. Het Diephuis en herbergt twee appartementen met een commerciële ruimte op de begane grond.
Drijhoek
Drijhoek – nieuw kantoor dmvA in dialoog met de stad
Het hoekgebouw werd heropgebouwd na de eerste wereldoorlog als een pakhuis bestaande uit betonnen vloeren ondersteund door een betonskelet van kolommen en balken. Het gebouw had oorspronkelijk geen aparte verticale circulatie. Om het gebouw terug autonoom te kunnen laten functioneren werden enkele ingrepen doorgevoerd. De bestaande kruipkelder werd omgebouwd en uitgebreid tot een volwaardige kelder met technische ruimte en sanitair. Een betonnen wand met een rechte steektrap verbindt alle verdiepingen en leidt tot het nieuwe toegevoegde dakterras. Elke verdieping heeft een eigen karakter, waardoor de circulatie aanvoelt als een promenade architecturale waarbij je telkens in een nieuwe sfeer terechtkomt.
De kelder vormt een ingetogen, eerder beschouwende ruimte.
De gelijkvloerse verdieping wordt gezien als de (stad)huiskamer van het gebouw: een lichtrijke, uitnodigende plek die niet allen gebruikt wordt als lunch- en ontspanningsruimte, maar ook flexibel ingezet kan worden als expositieruimte of vergaderruimte. Grote nieuwe boogramen stimuleren stad en architectuur.
Op de eerste verdieping bevindt zich een open atelierruimte.
De tweede verdieping biedt plaats aan twee kantoorruimtes en vergaderzalen rond een patio die licht en groen binnenbrengt.
Het dakterras ten slotte biedt uitzicht op de Sint-Rombouts toren en vormt een aangename plek voor lunchpauzes en ontspanning.
Het Pakhuis
Het Pakhuis – loftwoningen en parking
Het Pakhuis, gelegen aan de Oude Beggaardenstraat, biedt een gemeenschappelijke parkeerruimte voor alle entiteiten en twee lofts. De voormalige industriële ruimtes werden hierbij omgevormd tot loftwoningen.
Vliet
Het openleggen van de vliet kadert binnen de visie van de Stad Mechelen om terug meer water in de stedelijke morfologie te brengen. Tijdens de bouwwerken werd bovendien het oude “Hoornbrugje” teruggevonden, een historisch element dat geïntegreerd wordt in het project en dat verwijst naar de rijke geschiedenis van de plek.
Hergebruik is de hoogste vorm van duurzaamheid. Site Mispelters is dan ook een schoolvoorbeeld hoe duurzaam een binnenstedelijk project kan zijn.
Specifics
Opdrachtgever: dmvA
Locatie: Mechelen
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Dries Delagaye, Kobe Garmin en Milan Meeuse
Fotografie: Sergio Pirrone




































































































