Villa Edelweiss
Villa Edelweiss
Het Vlaamse dorp Elewijt is één van de 6 leefkernen van de gemeente Zemst en is gelegen tussen Mechelen en Brussel. Typerend voor de regio zijn de natuurgebieden, de verschillende kasteeldomeinen en diverse historische gebouwen.
Door zijn ligging in de schaduw van de kerk is Villa Edelweiss in de loop der tijd uitgegroeid tot één van de meest beeldbepalende gebouwen van het dorp. Het domein Villa Edelweiss bestaat uit een bakstenen herenwoning met art-deco elementen, een orangerie, een mooie tuin en gedeeltelijke ommuring van de tuin.
De opdracht omvatte niet alleen de restauratie van Villa Edelweiss, maar ook het ontwerpen van nieuwe woonentiteiten op het omliggende terrein, bestaande uit één woning en zes appartementen, met respect voor de historische context en de bestaande omgeving.
Katalysator
De ontwikkeling van domein Edelweiss kadert binnen de visie van de gemeente om de nog onbeduidende stedelijke ruimte langsheen de Tervuursesteenweg om te vormen tot een volwaardig plein. Villa Edelweiss wordt door de restauratie in ere hersteld en wordt de katalysator die het bestaande kerkplein en het nieuwe dorpsplein met elkaar verbindt.
Nieuwe Icoon
Het nieuwbouwproject wordt als een icoon ingeplant in de vroegere tuin van het domein. De ondergrondse parkeergage, licht verheven ten opzichte van het maaiveld, bakent een semi-publieke ruimte af en vormt letterlijk de basis van het project. Op deze ‘sokkel’ onderscheidt men 1 vrijstaand bouwvolume langsheen de Dynastiestraat en 3 aaneengesloten bouwvolumes langsheen het dorpsplein.
Deze volumes begrenzen en verbinden tegelijkertijd de diverse straten en buitenruimten. De materialisering van de sokkel en de gevels door middel van een zandkleurige baksteen versterkt het sculpturaal karakter van het project.
Specifics
Opdrachtgever: NV Van Poppel
Locatie: Elewijt
Realisatie: 2007 – 2013
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Liesbet De Winter
Fotografie: Sergio Brison
Schaal: 1430 m²
BUSO appartementen
BUSO appartementen
De Vaart Mechelen-Leuven is een ca. 30 km lang kanaal, aangelegd tussen 1750 en 1763 onder keizerin Maria Theresia om Leuven via de Dijle met de Rupel te verbinden. Het verving de onbevaarbare Dijle. Het kanaal speelde een cruciale rol in de industriële ontwikkeling, met name voor de brouwerijen en mouterijen in Mechelen en rond de Leuvense Vaartkom. Tegenwoordig is het kanaal een belangrijke recreatieve as voor wandelaars, fietsers (fietssnelweg F8) en pleziervaart. De industriële site is gelegen langsheen de Vaart en werd sinds 1960 gebruikt als schoolgebouw voor BUSO.
In 2006 organiseerde de stad Mechelen, die eigenaar was van de gebouwen, een besloten wedstrijd met als vraag om de site te transformeren tot een residentieel project. dmvA was het enige bureau dat de bestaande structuren hergebruikte en won hierdoor de wedstrijd.
Stegen en binnenstraten als stedelijke ruimte
De site bestaat uit een fabrieksgebouw gelegen te midden in een bouwblok enderzijds en een smalle rijwoning langsheen de Auwegemvaart anderzijds. Diverse stegen doorkruisen het bouwblok. De aanwezige zuidgerichte buitenruimte is beperkt en zeer gefragmenteerd. Het stedenbouwkundig concept heeft als doel om het bestaande fabrieksgebouw terug lucht en ruimte te geven en om het bestaande bouwvolume in ere te herstellen. In een eerste fase worden recentelijk aangebouwde bouwvolumes afgebroken. In een tweede fase kan de tuin van de woning Auwegemvaart 19 worden onteigend zodat 1 grote semi-publieke buitenruimte ontstaat.
Het binnengebied met oude fabrieksgebouwen werd gesaneerd in functie van stedenbouwkundige analyse
Het fabrieksgebouw werd zoveel mogelijk behouden en waar nodig hersteld om de duurzaamheid te waarborgen. Intern werd de draagstructuur gestript, zodat ruimte ontstond voor een nieuwe invulling.
Er werden nieuwe bouwvolumes toegevoegd op het dak om extra ruimte te creëren. Daarnaast werd een pad doorheen de site aangelegd aan de hand van een binnenstraat, wat zorgt voor een duidelijke en toegankelijke circulatie.
Het vrij gesloten fabrieksgebouw telt 2 bouwlagen. Door het plaatselijk wegbreken van dak- en vloerplaten ontstaan er patio’s en een binnenstraat die het zonlicht tot midden in het gebouw laten doordringen. De semi-publieke binnenstraat sluit via trappen naadloos aan op het aanwezige stedelijk weefsel van stegen doorheen het bouwblok. Alle loftwoningen worden ontsloten via deze semi-publieke ruimte.
Nieuw poortgebouw
De rijwoning langsheen de Auwgemvaart wordt vervangen door nieuwbouwwoning gelegen boven de brandweerdoorgang die tevens functioneert als hoofdtoegang tot de site.
Voorgevel met verschuifbare panelen in cortenstaal
Cortenstaal vs. polycarbonaat
Om de geest van de plek van de oude fabriekssite te versterken wordt de buitenzijde van het industrieel gebouw bekleed met panelen in cortenstaal. De binnengevels van patio’s en de binnenstraat alsook de toegevoegde volumes bovenop het dak van het gebouw worden afgewerkt met een dubbelwandige polycarbonaatplaat. De gevelbekleding brengt het gebouw tot leven door een afwisseling van deze beplating voor een open en gesloten binnenwand. Hierdoor geeft de polycarbonaatplaat het gebouw een 24u belevingswaarde zowel interieur als exterieur.
Kortom, oud versus nieuw, massiviteit versus transparantie, ruw versus gepolijst, donker versus licht.
Specifics
Opdrachtgever: Stad Mechelen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2006 – 2011
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Astrid Geens, Christine Loos, Michaël De Roeck
Ingenieur Stabiliteit: Util struktuurstudies
Fotografie: Bart Gosselin & Frederik Vercruysse
Schaal: 2000 m²
LSTW appartementen
LSTW appartementen
De site is gelegen aan een belangrijke invalsweg van Mechelen, in een wijk die van de stad is afgesneden door de spoorlijn Antwerpen-Brussel. Door zijn ligging aan een verbreding in de Leuvensesteenweg is dit project een katalysator voor de ontwikkeling van de wijk.
De betrokken buurt tekent zich af als een fors gesloten omgeving van zeer smalle arbeiderswoningen langs uniforme, smalle straten. Dergelijke wijken zijn ontstaan achter de lintbebouwing langs de verschillende steenwegen en zijn geïsoleerd geraakt van de Mechelse stadskern door de omvorming van de vesten in een verkeersring. Verwaarlozing van de openbare ruimte en gebrekkig onderhoud van zowel publieke als private eigendommen hebben in hoge mate bijgedragen tot de totale verloedering van de buurt.
De gemeenteraad liet eind 1995 een structuurplan opmaken, waarbij gebieden zijn aangeduid die in aanmerking kwamen voor een bijzondere subsidie. In dit kader en in de sfeer van de aangekondigde uitbreiding van het stadhuis, heeft dmvA in opdracht van de volkshuisvestingsmaatschappij ‘Duffelse volkswoningen’ een analyse uitgevoerd van deze poort naar de stad. Het uitgangspunt van het masterplan bestond erin naar het spoor toe te bouwen en bepaalde plekken –met name hoekpercelen– te saneren als toonbeeld voor de rest van de buurt. Binnen deze context vormden beeldvorming, oriëntatie en een doorbreking van het klassieke woonpatroon de sleutelbegrippen.
Woonsculptuur
De ligging naast het Arsenaal (werkplaats van de Belgische Spoorwegen) en haar geschiedenis indachtig, is het gebouw op de spievormige kavel met zuidgerichte straatzijde vormgegeven als een stapeling van verschillende ‘goederen’ of zeven verschillende woningtypes. Door het vrij in elkaar weven van de eenheden ontstaan in het gebouw leegtes of overdekte gemeenschappelijke buitenruimtes die de openbare ruimte verbinden met het binnengebied en de kleine appartementen buitenruimte (en sociale controle) verschaffen. Door het wonen te groeperen rond inpandige buitenruimtes, wordt het sociale gebeuren bevorderd en de communicatie aangemoedigd zonder drukke uitwendige terrassen te voorzien. De vides maken het driedimensionale object compleet zodat het zich tegelijkertijd kan integreren in en afzetten tegen zijn omgeving.
De scherpte van het conceptuele scharnierpunt en de scherpe hoeken van het moeilijk in te richten kavel zijn voelbaar in de gesneden vormgeving van bijvoorbeeld de dakkapel. Het zijn net deze details van in verstek gesneden bakstenen en opgehangen metselwerk die een meerwaarde bieden aan de materialiteit van het ontwerp.
Hoewel voor het kleurgebruik is teruggegrepen naar het donkere metselwerk van de omliggende 19de eeuwe architectuur (wel met licht geglazuurde afwerking en dunbedmortel), zit de verticaliteit van de smalle omliggende kavels niet in het project vervat. Dit vloeit voort vanuit het principe om elk van de zeven sociale woningen in het pand door middel van één raamopening afleesbaar te maken en om de appartementen kwalitatieve zichtlijnen te verschaffen. De materialiteit van de zwarte kozijnen is verdergezet in de trapsculptuur die zich omwille van plaatsgebrek aan de achtergevel bevindt.
De donkerbruine baksteen wordt harmonieus aangevuld door de zwarte stalen ramen en trap
De voorschriften van de Volkshuisvestingsmaatschappij (standaard keukens, geen verdoken raamprofielen, afgemeten oppervlaktes) dienen de sociale doeleinden van de instelling die een toonbeeld wil zijn voor degelijk en duurzaam bouwen. Hierdoor is de detaillering van het project teruggebracht, maar is de uitdaging gecreëerd om architectuur voor zich te laten spreken.
Specifics
Opdrachtgever: cvba Duffelse volkswoningen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2004
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Hans Verbessem, Koen Pauwels
Ingenieur Stabiliteit: ASB bv
Schaal: 7 appartementen
Residentie Auweghem
Residentie Auweghem
Mechelen is een stad in volle transformatie. Het stedelijk weefsel strekt zich de laatste jaren steeds verder uit voorbij de ring. Deze ontwikkeling vertaalt zich in nieuwe wijken en projecten die de overgang vormen tussen de historische stadskern en het omliggende landschap. De wijk Auweghem is een treffend voorbeeld van deze evolutie. Gelegen net buiten het centrum, langs de Battelsesteenweg en pal aan de vaart, vormt de wijk een bijzondere schakel in deze groeiende stadsrand.
Een bijzonder kenmerk van deze site is het bewaarde talud, een uniek reliëfelement dat nergens anders langs de Battelsesteenweg nog voorkomt. Deze hoogte maakt de plek niet alleen landschappelijk interessant, maar biedt ook een bijzondere beleving en zichtrelaties met de omgeving, onder meer richting de vaart.
Volgens de historische Ferrariskaarten was dit deel van Mechelen ooit een molenzone. Later maakte het open landschap plaats voor bedrijvigheid. De site fungeerde jarenlang als bedrijfsterrein, met nauwelijks relatie tot haar omgeving. Het bedrijf had weinig tot geen connectie met de omliggende woningen en andere functies, waardoor het als een soort eiland in de buurt rond de Battelsesteenweg stond. Ondertussen werd de buurt steeds residentiëler, en het bedrijf stond dan ook al enkele jaren leeg.
Een ontwikkelaar kocht de site op en samen met de stad Mechelen werd besloten om de site een nieuwe invulling te geven. De vraag was om een combinatie van woningen en appartementen te voorzien. Daarnaast zou de mobiliteit naar de site ook moeten verhogen en de doorwaadbaarheid van het terrein te verbeteren. Zodat het project beter aansluit bij de omgeving.
De site ligt op een verhoogde talud tussen de Vaart en de Battelsesteenweg. De omliggende bebouwing is overwegend residentieel van aard. Het terrein wordt omsloten door de Battelsesteenweg, de Kapelleblokstraat en de tuinmuren van de aangrenzende woningen.
Het ontwerp vertrekt vanuit het vervolledigen van het bestaande bouwblok, met appartementen aan de Battelsesteenweg en grondgebonden woningen aan de Kapelleblokstraat. Zo wordt het bouwblok op een zorgvuldige manier afgewerkt, terwijl er tegelijk voldoende doorwaadbaarheid behouden blijft om de site open te stellen en de verbinding met de buurt te versterken.
Het project bestaat uit verschillende woontypologieën die samen een gevarieerd en levendig geheel vormen. De woningen beschikken zowel over een voor- als achteringang. Centraal in het project ligt een gemeenschappelijk hof, waar de ingangen van alle woningen en appartementen op uitkomen en dat fungeert als ontmoetingsruimte en groen hart van de site.
Om de site autovrij te houden, is er een ondergrondse parking voorzien, strategisch gelegen dicht bij de Brusselsesteenweg. Daarnaast werd de Gabriella Tambuyserstraat toegevoegd om de doorwaadbaarheid van de site te verbeteren. Het hoogteverschil van het talud verhinderde vroeger een directe verbinding tussen de Kapelleblokstraat en de Brusselsesteenweg. Door de omgeving aan te passen, zijn de straten nu via een helling met elkaar verbonden, wat de toegankelijkheid en mobiliteit naar de site aanzienlijk vergroot.
De gebouwen zijn morfologisch geïnspireerd op de vroegere molens dat op deze site aanwezig waren. De afschuining van de bovenbouw van de volumes werd geïnspireerd op het vroegere beltmolenontwerp, dat naar boven toe verjongt.
De appartementen zijn gelegen aan de Brusselsesteenweg, terwijl de woningen rond het erf geplaatst zijn aan de kant van de Vaart en de Kapelleblokstraat. De gebouwen passen zich aan de schaal van de omgeving aan en vormen samen een coherent geheel dankzij een gedeelde vormentaal en materialiteit.
Specifics
Opdrachtgever: Cogiva
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2016 – 2023
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Nandi Degrave, Nina Dalla, Ine Papen, Lennart Visser, Lucas Sintobin
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 17 woningen, 25 appartementen
Sociale woningen Ranst
Sociale woningen Ranst
Woonerf aan de rand van het dorp
Ranst is een landelijke gemeente gelegen ten oosten van Antwerpen en op korte afstand van Lier. De gemeente wordt gekenmerkt door een uitgesproken dorps karakter met een groene omgeving, rustige woonstraten en een sterk gemeenschapsleven. Ondanks de nabijheid van de stad Antwerpen behoudt Ranst zo zijn landelijke identiteit, met open ruimte en kleinschalige bebouwing als bepalende elementen van het straatbeeld.
Het terrein aan de Ranstsesteenweg was voordien een braakliggend stuk grond, gelegen op een scharnierpunt tussen verschillende types bebouwing: de lintbebouwing richting Lier, de meer aaneengesloten bebouwing richting Ranst, de verkavelingsstructuur ten oosten en de sportterreinen aan de overzijde van de Ranstsesteenweg.
De Ranstsesteenweg zelf fungeert als een belangrijke invalsweg naar Ranst. De site vormde voordien eerder een barrière. Hierdoor was er geen doorwaadbaarheid tussen de steenweg en de omliggende verkaveling. De witte watertoren, zichtbaar in de omgeving, werd als herkenbaar landmark mee in rekening genomen en oefende voornamelijk invloed uit op de materialiteit van het ontwerp.
De wedstrijd werd uitgeschreven met de vraag om een sociaal woonproject te ontwikkelen op deze locatie. De bedoeling was om een gemengd programma te realiseren, bestaande uit zowel sociale huurwoningen als sociale huurappartementen. Belangrijk daarbij was niet enkel het voorzien van kwalitatieve woningen, maar ook het creëren van een woonomgeving die gemeenschapsvorming stimuleert en tegelijk verbonden is met de omliggende wijk.
Het concept is opgevat als woonerf bestaande uit vijf zorgvuldig ingeplante volumes. De morfologie van het ontwerp sluit aan bij de omgeving: de appartementen zijn ingeplant langs de Ranstsesteenweg, terwijl de woningen aansluiten bij de schaal van de aangrenzende verkaveling. Het ontwerp speelt in op de context, de schaal en de sociale noden van de buurt.
De volumes zijn geschakeld rondom een groen binnengebied, dat fungeert als woonerf en het collectieve hart van de site. Dit binnengebied is autoluw dankzij de ondergrondse parkeervoorziening, waardoor de bovengrondse ruimte kan worden ingericht voor kinderen, ontmoeting en spel. De inrit van de parking is dan ook gelegen aan de Ranstsesteenweg om zo verkeer over de site te vermijden. Het woonerf werd geactiveerd met speelelementen, een picknicktafel en moestuintjes om de sociale interactie tussen bewoners te stimuleren. De site wordt doorwaadbaar door de nieuwe trage wegen die aansluiten op de achterliggende verkaveling en de Ranstsesteenweg, zodat er niet enkel een interne samenhang ontstaat, maar ook een verbinding met de bredere buurt.
De architectuur wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en ingetogenheid. De volumes zijn opgebouwd uit klassieke architecturale elementen die op een hedendaagse manier verwerkt en gedetailleerd worden. Er is variatie in dakentektoniek. Daarnaast is er gespeeld met de kleur van het schrijnwerk per volume, wat zorgt voor herkenbaarheid en individualiteit binnen het geheel. De dakoversteken fungeren als bindend architecturaal element en verkleinen de schaal, waardoor een vertrouwde, huiselijke architectuur ontstaat. Dit geeft de site niet alleen een duidelijke identiteit, maar creëert ook een gevoel van geborgenheid voor de bewoners.
Specifics
Opdrachtgever: LMHLier/Woonstroom
Locatie: Ranst
Realisatie: 2016 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Nandi Degrave, Lennart Visser, Eva Vanderborcht
Ingenieur Stabiliteit: Tecon
Ingenieur Technieken: Tecon
Landschapsarchitect: D+A
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 14 woningen en 12 appartementen
Co-housing De Mart
Co-housing De Mart
Het project De Mart bevindt zich in Rijmenam, in een landelijke omgeving. Ten zuiden en westen van de site sluit het aan op de bestaande verkaveling, terwijl het noorden en oosten uitkijken op open velden en groen landschap.
De bestaande situatie omvatte een kleine schoolcampus uit het einde van de 19de eeuw, met een schoolgebouw, een directeurswoning en enkele bijgebouwen. De site had na de stopzetting van de school haar oorspronkelijke functie verloren, waardoor de gebouwen onderbenut bleven en de plek haar sociale betekenis grotendeels had verloren. De vraag rees dan ook om een nieuwe invulling te vinden die zowel de erfgoedwaarde respecteert als een nieuwe dynamiek brengt in het dorp.
De ontwerpwedstrijd vroeg om een toekomstgerichte herbestemming van het voormalige buurtschooltje, met aandacht voor collectief wonen, duurzaamheid en sociale interactie.
Het winnende concept van dmvA transformeert de oude schoolsite tot een co-housingproject met dertien woongelegenheden. Het historische schoolgebouw en de directeurswoning worden gedeeltelijk behouden en verbouwd tot woningen. Aan de schoolvleugel wordt een nieuw L-vormig volume toegevoegd dat extra woningen en een gemeenschappelijke ruimte bevat. De architecturale samenhang wordt versterkt door een consequente dakentektoniek: overal wordt gewerkt met zadeldaken, die verwijzen naar het silhouet van het oorspronkelijke schoolgebouw. Dit zorgt niet enkel voor een harmonieuze beeldtaal, maar ook voor een herkenbaar dorps karakter dat aansluit bij de landelijke context.
De toevoeging van de L-vorm creëert een omsloten woonerf, dat fungeert als het kloppend hart van het collectieve leven. Dit erf verwijst naar de typologie van de vierkantshoeve en wordt ingericht als een ontmoetingsplek met onder meer een barbecuezone, pingpongtafel en wandelpad dat alle woningen verbindt. De gemeenschappelijke ruimte op het gelijkvloers omvat een keuken, wasplaats en sauna; op de verdieping bevinden zich flexibele ruimtes die kunnen dienen als co-workingplek of logeerkamer.
Het omsloten woonerf dat het collectief leven versterkt
Een groot deel van het terrein blijft open en groen, met volkstuintjes, speelzones, een wadi en een biodiverse groenaanleg die de overgang naar het omliggende landschap versterkt
De duurzaamheid van het project uit zich op meerdere niveaus. Enerzijds worden energiezuinige woningen gecombineerd met zonnepanelen die instaan voor de elektriciteitsproductie van zowel de private als gemeenschappelijke delen, inclusief laadpunten voor elektrische wagens en fietsen. Anderzijds wordt ingezet op ecologische waterhuishouding en biodiversiteit. Daarnaast draagt de herbestemming van het bestaande erfgoed bij aan circulair bouwen en behoud van het collectieve geheugen van de plek.
Zo ontstaat een eigentijdse woonomgeving die een evenwicht zoekt tussen het individuele en het gemeenschappelijke, tussen verleden en toekomst, en tussen het dorpse en het landelijke karakter van Rijmenam.
Specifics
Opdrachtgever: EVP
Locatie: Rijmenam
Realisatie: 2017 – u2026
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Ruben Van den Hove, Lennart Visser, Kotryna Urbonaite, Kristof Van Parijs
Ingenieur Stabiliteit: Concreet
Schaal: 1580 m²
Appartementen In de stad
Appartementen In de stad
In Mechelen, binnen het stadscentrum, ontwierp dmvA een nieuwbouw met zes appartementen. Het project is een antwoord op de stedenbouwkundige context van de Sint-Katelijnestraat die gekarakteriseerd wordt door huizen uit de 19de eeuw, smalle kavels en de kleinschalige structuur van de stad. ‘In de stad’ is een duurzaam, tijdloos en kleinschalig inbreidingsproject dat zich subtiel nestelt in het historische stadsweefsel met de geschiedenis als leidraad voor het concept.
Een van de uitdagingen was de ligging langsheen één van de belangrijkste invalswegen naar het historisch centrum, de Sint-Katelijnestraat. Decennialang beten ontwikkelaars hun tanden stuk op het onbebouwde terrein in de straat. De historische omgeving, een oude zwevende stempelconstructie, het grillige perceel en de ligging langsheen een overwelfde vliet waren vaak breekpunten om een haalbare ontwikkeling te realiseren.
Het project biedt een hedendaags doch integer antwoord op de vraag om zoveel mogelijk woonentiteiten te bouwen op een klein braakliggend terrein.
De vliet die de achterkant van het grillige perceel begrenst heeft de footprint van het project bepaald. Het nieuwe volume neemt namelijk de vorm aan van de diepe bebouwing die ooit langs de vliet lag en zo is het historische weefsel hersteld.
Het gebouw is een ingetogen interpretatie van de twee historische huizen met trapgevels aan de overkant van de straat en is ingedeeld in zes verschillende woonunits wat de individualiteit van het wonen mogelijk maakt.
Voorgevel nieuwe toestand
Vanuit de straat werd een duidelijke zichtas gecreëerd richting de buitenruimte achteraan. De fietsenstalling langsheen de semipublieke buitenruimte wordt opgevat als een ‘gaanderij’ om het sociaal contact tussen de bewoners te stimuleren. Ze kan ook flexibel ingezet worden als overdekte buitenruimte voor spelende kinderen. Een doorgang verbindt de straat met de semipublieke buitenruimte.
Wat dit een duurzaam project maakt is dat de nieuwbouw zo compact mogelijk werd ontworpen en er werd ingezet op tijdloze architectuur waarbij het welzijn van de bewoners voorop werd gezet. De 6 BEN-appartementen zijn zo ontworpen dat het aangenaam wonen is in het midden van de stad door middel van het behoud van privacy, kwalitatieve buitenruimtes, dubbelhoge (buiten)ruimtes en weidse uitzichten.
Verder nog, het gebruik van een wit dak. In tegenstelling tot klassieke zwarte daken, reflecteert het witte dak het zonlicht in plaats van het te absorberen. Dit beperkt de opwarming van het gebouw, wat zeker in een stedelijke context zoals Mechelen waar het urban heat island effect steeds voelbaarder wordt bijdraagt aan het thermisch comfort van de bewoners en de energie-efficiëntie van het gebouw.
Schema van het verschil tussen donkere en lichte dakbedekking
Specifics
Opdrachtgever: Verelst Projectontwikkeling NV
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2013 – 2021
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Rob Naulaers, Gert-Jan Schulte, Jente Bergmans
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 6 appartementen



















































