Sociale woningen Hertogensite
Sociale woningen Hertogensite
Het project kadert in de ontwikkeling van de Hertogensite tussen de Brusselsestraat, Kapucijnenvoer en Minderbroedersstraat in Leuven. Net buiten de oude stadsomwalling, aan de rand van het historische centrum van Leuven, wordt een voormalige ziekenhuis- en universitaire site omgevormd tot een nieuw stadskwartier. Waar de omvangrijke site vroeger een gesloten bouwblok vormde dat was afgesloten voor het publiek, wordt nu ingezet op het versterken van het fijnmazig stedelijk weefsel.
Een overwelfde Dijle-arm die de site centraal van noord naar zuid doorkruist wordt opengelegd en opgewaardeerd door middel van een aangrenzende as voor zacht verkeer en een parkomgeving. Het aanwezig erfgoed op de site wordt gevalideerd en aangevuld met nieuwe bebouwing, waarbij oost-westverbindingen in de vorm van stegen, woonerven en pleinen de site connecteren met de historische stadskern.
Het beschermde Pathologisch Instituut aan de Minderbroedersstraat krijgt een herbestemming als universiteitsmuseum en vormt het ankerpunt voor de ontwikkeling van een bouwblok rond een collectief hof, de wooncluster Pathologie. dmvA+ ontwikkelt hierbinnen enerzijds een gebouw met 20 sociale woningen, gerealiseerd volgens de CBO-procedure, en aansluitend vijf private stadswoningen.
Het straatbeeld in de Minderbroedersstraat is vandaag relatief gesloten. Het nieuwbouwvolume met sociale woningen moet inzetten op meer leefbaarheid van de straat met respect voor het aangrenzend bouwkundig patrimonium. Met name de aansluiting met het beschermd monument Pathologie aan de rechterzijde en het waardevolle burgerhuis aan de linkerzijde verdient de nodige aandacht.
Door zijn ligging vervolledigt het gebouw met sociale woningen het gevelbeeld van beschermd stadsgezicht Minderbroedersstraat en vormt het ook ineens één van de hoekstenen van een nieuw bouwblok. Het lange been van de L-vormige figuur bevindt zich aan de Minderbroedersstraat, het korte been plooit zich om zodat een doorsteek naar het achterliggende woonerf ontstaat. Deze steeg krijgt een hoekaccent in het nieuwe gebouw door langs de steeg het volume af te schuinen tot de noklijn. Er ontstaat door het hoekaccent een micro buurtpleintje dat de Minderbroedersstraat meer openheid geeft en leefbaarder maakt.
Een doorsteek aan de steeg vormt de toegang tot het woonproject: het collectief woongebouw krijgt zo één adres aan de steeg, die wordt verlengd met een binnenstraat in het collectieve hof. Grenzend aan de inkomzone wordt strategisch de lift- & trapkoker ingetekend, maar ook andere gemeenschappelijke functies zoals postbussen, fiets-bergingen en tellerlokalen. De stalen poort met spijlen houdt het doorzicht naar het binnenhof vanop de steeg open, maar regelt de afsluitbaarheid van het collectieve binnenhof ten opzichte van het openbaar domein.
De aansluiting op het Pathologisch instituut en de oriëntatie bepalen de dwarsdoorsnede en typologische invulling van het woonproject. De straatgevel aan de Minderbroedersstraat heeft een zuidoriëntatie waardoor buitenruimtes voornamelijk aan de straatzijde zullen gelegen zijn. Deze krijgen vorm als inpandige terrassen of loggia’s die diepte geven aan de gevel wat de beleefbaarheid van de straat ten goede komt. Voor de gelijkvloerse verdieping van de wooneenheden wordt de vloer ca. 30cm hoger dan het maaiveld uitgevoerd zoals in de typische stadswoning waardoor een gesloten borstwering aan het terras ook een privacy-buffer vormt op ooghoogte van de voorbijganger. Door de loggia’s dubbelhoog te maken krijgen de woningen een betere bezonning en lichtinval in het eerder smalle straatprofiel van de Minderbroedersstraat.
De keuze voor dubbelhoge loggia’s in de voorgevel leidt tot het uitwerken van een typologie van duplex-woningen op het gelijkvloers en eerste verdieping. Deze worden opgevat als doorzonwoningen voor gezinnen met kinderen. De inkomdeuren bevinden zich niet aan straatzijde maar op een binnenstraat aan het collectieve binnengebied, waar ze beter aansluiten bij het karakter van groepswoningbouw en zorgen voor meer leven aan het binnenhof.
Om het gevelbeeld in de Minderbroedersstraat homogeen te vervolledigen wordt op de verdiepingen een ritme geprojecteerd van alternerende gevelopeningen, met dezelfde schaal als de gelijkvloerse loggia’s. Deze dubbelhoge gevelopeningen worden gevormd door een stapeling van telkens 2 terrassen boven elkaar. De wooneenheden waarop deze terrassen aansluiten vormen een tweede basistype van éénslaapkamerappartementen. Deze appartementen op de tweede en derde verdieping zijn bereikbaar vanaf een galerij aan noordzijde. Deze galerijen lopen parallel met de gelijkvloerse binnenstraat en worden en interessante ontmoetingsplek tussen buren.
Binnen de stedenbouwkundige verplichting om te werken met hellend dak wordt een systeem van dakkapellen toegepast dat het mogelijk maakt leefruimten met terrassen te voorzien op de dakverdieping. Dit leidt tot specifieke woontypologieën met 3 slaapkamers die profiteren van een doorzon leefruimte van terras tot buitengalerij.
Als antwoord op de bijzondere erfgoedcontext wil het gebouw zich in het beschermd stadsgezicht assimileren zonder de stijlkenmerken van de monumenten te kopiëren. Gevelmetselwerk is als materiaal een logische verderzetting van het hoofdmateriaal in het beschermd stadsgezicht. Deze leveren meteen ook het bewijs dat de duurzaamheid in de tijd ervan gegarandeerd is. Er wordt een tactiel en zinderend oppervlak gecreëerd door spel van reliëf en metselwerkverbanden. Horizontale geledingen benadrukken de gelaagdheid en verwijzen naar speklagen en gevellijsten eigen aan de erfgoedcontext: strekkenlagen, kroonlijsten, dorpels en lintelen in architectonisch beton zijn het gevelmateriaal in tweede orde.
Grote gevelopeningen verlevendigen het gesloten straatbeeld voor de voorbijganger en zorgen voor een cadans in de straat als antwoord op de grote raamopeningen in het strakke en zakelijke gevelbeeld van het gebouw van Pathologie. De uitsnijdingen werken op maat van het gehele gebouw inspelend op de grootschaligheid van de gebouwen in de Minderbroedersstraat. Een warm monochroom kleurenpallet van grijswaarden creëert een oplichtend effect in het smalste en donkerste stuk van de Minderbroedersstraat.
Specifics
Opdrachtgever: Revisterra, Dijledal
Locatie: Leuven
Realisatie: 2018 – 2024
Ontwerpteam: Bruno Van Langenhove – Atelier BLAU, David Driesen, Tom Verschueren, Eva Vanderborcht, Ine papen, Nina Dalla, Dries Delagaye
Ingenieur Stabiliteit: Establis
Ingenieur Technieken: Creteq
Fotografie: Dennis De Smet
Schaal: 20 sociale woningen, 5 private stadswoningen
Residentie Waterkant
Residentie Waterkant
Residentie Waterkant ligt aan de Tichelrij, nabij de Dijle in Mechelen. De buurt heeft een rijke geschiedenis, mede door de ligging aan de rivier. De naam ‘Tichels’ verwijst naar een oude benaming voor baksteen, en lag vermoedelijk aan de basis van de productie van tichels (geplaveide pannen) die via het water getransporteerd konden worden. Er stonden in de tijd dat Mechelen het epicentrum van Europa was rijkelijke woningen, maar deze zijn weggeveegd in de Tweede Wereldoorlog door een foutief Engels bombardement. Tijdens de jaren ’50 werd de site gevuld door een appartementsgebouw en een werkplaats voor bouwbedrijf Geys.
Het perceel is gelegen in een groot en langgerekt bouwblok waarbij het bouwkavel zodanig diep is dat het aan twee straten grenst: de Thaborstraat en de Tichelrij. De kavel stond voordien volledig vol met parkeerplaatsen en garageboxen. De gebouwen aan de straatzijde hadden geen historische waarde. Typerend voor het perceel zijn de hoge scheimuren, die te verklaren zijn door het verleden van de site. Vermoedelijk bevonden zich hier vroeger de werkplaatsen van een bouwbedrijf. Daarnaast grenst het perceel aan een school, wat een belangrijke rol speelde in de latere ontwikkeling van het project.
Gezien de prachtige ligging aan de Dijle was de vraag van de ontwikkelaar om appartementen te creëren die een connectie hebben met het nabijgelegen water. Daarnaast vroeg Stad Mechelen om de parkeercapaciteit te behouden voor zowel de toekomstige bewoners als de buurt. Daarom voorzag dmvA twee verdiepingen ondergronds, zodat er voldoende parkeerplaatsen behouden bleven en tegelijk ruimte vrijkwam om bovengronds een kwalitatief woonproject te realiseren.
Bovendien werd dit project een voorbeeld van duurzame ontwikkeling dankzij een bijzondere samenwerking met de naastgelegen school. De perceelgrens werd hertekend: de school kreeg er een stuk extra speelplaats bij boven de ondergrondse parking, terwijl zij aan de zijde van de Thaborstraat een deel perceel afstond. Hierdoor kreeg het project extra gevelbreedte in het straatbeeld. Deze wisselwerking toont hoe een langetermijnvisie en samenwerking tussen verschillende partijen kunnen leiden tot een duurzame en evenwichtige stadsontwikkeling.
Het perceel, dat voorheen vol was gebouwd, wordt vrijgemaakt. Het binnengebied wordt begrensd door hoge tuinmuren van de oude werkplaatsen, die de beleving van het binnengebied sterk bepalen.
Door volumes aan de straatzijde te plaatsen worden de randen van het bouwblok weer hersteld. De diepte van het perceel laat toe om ook het binnengebied te activeren en een nieuw volume toe te voegen. Dit betekent een bijkomende uitdaging: de nieuwe volumes moeten zich verhouden tot deze bestaande scheimuren en er tegelijk kwalitatieve woon- en buitenruimtes rond organiseren.
Door slim in te spelen op deze randvoorwaarden kon dmvA het binnengebied transformeren tot een aangename leefomgeving op mensenmaat. Door het voorzien van nieuwe zichtassen en stegen wordt de site bovendien niet langer afgesloten, maar open en verbonden, zowel voor bewoners als voor de buurt.
Residentie Waterkant bestaat uit drie bouwvolumes met 35 woonunits en een ondergrondse parking. In plaats van één grote blok te ontwerpen, werd gestreefd naar luchtigheid in het project. Zo kregen de gebouwen verschillende hoogtes en werd het binnengebied opengewerkt. Door de volumes te laten inspelen op de scheimuren ontstaan interessante buitenruimtes. Bovendien zorgen insijdingen en uitkragingen voor een sterke plasticiteit in de volumes, waardoor de schaal wordt verkleind en het geheel beter aansluit bij de menselijke maat. De gebouwen worden gelinkt met twee waterpatio’s die in combinatie met de nabijgelegen Dijle het concept ‘wonen bij & rond het water’ verwezenlijken.
Een van de twee waterpatio’s in de binnengebieden
De site is doorwaadbaar door het toevoegen van stegen die enerzijds zorgen voor circulatie en anderzijds zichtassen creëren vanuit de straat naar binnen en omgekeerd. Op die manier kunnen niet alleen de bewoners, maar ook de mensen uit de stad hier vlot doorsteken, waardoor het project verweven raakt met zijn stedelijke context. De gevels zijn opgebouwd in baksteen, een bewuste verwijzing naar de historische betekenis van de plek, gecombineerd met een fijnmazige witte aluminiumstructuur als dubbele huid. Deze filtert het licht, biedt zonbescherming en werkt samen met de waterpatio’s als klimaatregelaar tegen oververhitting.
Zichtassen naar de straat vanuit het binnengebied
De residentie voorziet een variatie aan wonen met appartementen van verschillende oppervlaktes, waardoor het voor iedereen fijn wonen is bij het water op wandelafstand van het stadscentrum.
Residentie Waterkant is een sterk voorbeeld van duurzame stadsontwikkeling. Het project zet in op stedelijke verdichting door op een compacte en efficiënte manier kwalitatieve woonruimte te creëren in het hart van Mechelen. Dankzij de nauwe samenwerking tussen de stad, de school en de ontwikkelaar ontstond een geïntegreerde oplossing die verder kijkt dan het eigen perceel. De waterpatio’s, in combinatie met duurzame technieken zoals een warmtepomp en doordachte zonwering, dragen bij aan een comfortabel en energie-efficiënt binnenklimaat. Daarnaast bevorderen de stegen de doorwaadbaarheid en sociale duurzaamheid van de site door ontmoetingen en interacties mogelijk te maken.
Tichelrij in Mechelen, die grenst aan de Dijle
Specifics
Opdrachtgever: Aannemingen Janssen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2016 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Kristof Van Parijs, Ruben Van den Hove
Ingenieur Stabiliteit: Concreet
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 35 woonunits
Residentie De Vakschool
Residentie De Vakschool
Een samenspel van hoogteverschillen en geschiedenis
De Vlaams Brabantse provinciestad Aarschot gelegen aan de rivier Demer, heeft een zeer rijke geschiedenis. De naam Aarschot is vermoedelijk afgeleid van ‘arnu’ (arend) en ‘skauta’ (een hoger gelegen stuk land uitspringend in een moerassig gebied).
De site van de oude Vakschool op de hoek van de Tiense- en Diestsestraat is gelegen op een scharnierpunt tussen de Demervallei en deze heuvelrug. De technische school in het centrum van Aarschot op een steenworp van de Grote Markt werd gebouwd in rood-geel baksteenmetselwerk begin 20ste eeuw in een eclectische stijl met art-deco elementen. De Vakschool heeft steeds een belangrijke rol gespeeld in de onderwijslandschap van de Stad en is daardoor deel geworden van het collectief geheugen van de Aarschottenaars .
De mooie historische gevel wordt behouden en gerestaureerd. Het gedegradeerde schoolgebouw zelf wordt afgebroken. Een nieuwe bouwvolume in rode baksteen met zadeldak wordt ostentatief, haast complexloos, opgetrokken achter het historische canvas waardoor een synergie ontstaat tussen oud en nieuw.
Door de beperkte bouwdiepte van de nieuwe constructie ontstaat in het bouwblok een nieuwe semipublieke buitenruimte die niet alleen terug ruimte en lucht creëert in het dichtbebouwd bouwblok, doch die ook het sociaal contact tussen de bewoners onderling zal stimuleren. Onder de nieuwe verheven buitenruimte bevinden er 4 patiowoningen. De bovenbouw herbergt 8 appartementen.
Op de hoek van het bouwblok naast het groene stedelijke plantsoen, herdefinieert een nieuw ingetogen bakstenen bouwvolume met archetypisch steil zadeldak niet alleen de site, doch ook de publieke ruimte. Een netwerk van stegen en buitentrappen , geïnspireerd op de reeds aanwezige voetwegen in het bestaande stedelijk weefsel, verbindt niet alleen fysiek de omliggende straten onderling, doch ontsluit ook de nieuwe semi-publieke buitenruimte achter het schoolgebouw. Kortom, een ontwikkelingsproject dat zich integreert en verbindt…
Specifics
Opdrachtgever: Recybuild
Locatie: Aarschot
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Evelien Deprins, Kotryna Urbonaite, Dries Delagaye
Credits 3D image: Around the Clock
Schaal: 18 appartementen & een ondergrondse parking
Site Apostolinnen
Site Apostolinnen
In het historische centrum van Mechelen ligt de site Apostelinnen, op een hoger gelegen deel van de stad langs de Dijle. In de vroege ontwikkeling van Mechelen ontstonden er twee verschillende kernen die zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelden aan weerszijden van de Dijle. Dit duale verleden weerspiegelt zich vandaag nog steeds in het afwisselend grillige en onregelmatige stratenpatroon. In de middeleeuwen was dit deel van de stad minder dicht bebouwd. In het intra muros-gebied ontwikkelde zich bovendien landbouw. Later lieten welgestelde inwoners hier ook buitenverblijven en vakantiehuizen oprichten.
In 1926 kocht de familie Devis de site met de ambitie om het om te vormen tot een residentiële ontwikkeling, met behoud van de handelsfuncties langs de Onze-Lieve-Vrouwestraat. Om deze herontwikkeling zorgvuldig te kunnen aanpakken, werd door dmvA aan geschiedkundige P. De Greef gevraagd een historisch onderzoek over de site uit te voeren. De resultaten van dit onderzoek vormden mee de basis voor het ruimtelijk en conceptueel uitgangspunt van het project. Het was echter belangrijk om in het ontwerp de genius loci terug tot uiting te laten komen en de historische elementen te respecteren en te heropleven.
Uit het onderzoek bleek dat zich tussen de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de Tessestraat doorheen de eeuwen een fijnmazig netwerk van steegjes, woningen en werkplaatsen had ontwikkeld. In het begin van de 17de eeuw groeide de site meer naar een samenhangend geheel door het samenvoegen van verschillende percelen, waarbij het zogenoemde hoff ende huys meerdere keren van eigenaar wisselde. Later werd het domein ingenomen door de Apostolinnen, die door de aankoop van aanliggende percelen de site verder uitbreidden. In de loop van de 19de eeuw transformeerde het domein tot huisvesting voor de middenklasse en evolueerde het tegen het einde van die eeuw tot een dichtbebouwde woonkazerne. In 1926 werd het eigendom van de familie Devis en werd er een beddenwinkel in ondergebracht.
De site is gelegen tussen de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de smalle Tessestraat. Volgens het historisch onderzoek zijn er sinds de Middeleeuwen veel straten en steegjes verdwenen, waaronder het Moriaenstraatje en het Hellestraatje. Het Hellestraatje liep parallel met de Tessestraat en het Moriaenstraatje lag evenwijdig met de Onze-Lieve-Vrouwestraat. Ondanks deze verdwenen structuren zijn op de site nog steeds talrijke historische elementen aanwezig, zoals het Somerhuys, het erkerhuis, delen van het oude klooster en de oorspronkelijke tuinmuren.
Bij aanvang was de site volledig volgebouwd.
Door het binnengebied open te werken, konden de verdwenen straatjes opnieuw worden geïntroduceerd en werden de historische hoofdvolumes weer zichtbaar.
Het ontwerp vertrekt vanuit het historische stratenpatroon, waarbij het Hellestraatje en het Moriaenstraatje opnieuw zichtbaar worden gemaakt. Langs het Moriaenstraatje werd een nieuwbouw toegevoegd. Daarnaast werd het Somerhuys in ere hersteld met een toevoeging van circulatie aan de buitenzijde.
Op de site kunnen we zeven entiteiten onderscheiden: Het Somerhuys (17de eeuw), gerestaureerd en dient als privéwoning; een arbeiderswoning (20ste eeuw), gastverblijf in de privétuin van het Somerhuys; het Pakhuis (18de eeuw), basisonderdeel van het klooster van de Apostolinnen, bestaat nu uit 8 studentenstudio’s; een gerestaureerd erkerhuis (18de eeuw), twee 19de eeuws gebouwen met op de gelijkvloers winkelruimtes en boven 4 woonentiteiten; en tenslotte een nieuwbouw met 2 triplexwoningen.
Aan de Onze-Lieve-Vrouwestraat zijn er twee 19de eeuwse gebouwen met winkelruimtes op de benedenverdieping. Achter en boven de winkels bevinden zich 6 woonentiteiten, waaronder een nieuwbouw met twee triplexwoningen. De nieuwbouw dient als katalysator voor de gehele site: het is een bakstenen monoliet met buitentrappen die, in samenwerking met de stegen en de patio’s, voor nieuwe circulatie op de site zorgen teruggrijpend naar het Moriaenstraatje. Via de trappenconstructie zijn de woningen boven en achter de winkelruimtes opnieuw bereikbaar. Het gebouw is een overtreffende trap in baksteensteenarchitectuur, die met zijn tactiliteit opvalt door de uitpuilende voegen in het metselwerk. Naast de nieuwbouw bevindt zich een gerestaureerd erkerhuis uit de 18de eeuw waarin ook een triplexwoning is ondergebracht.
Centraal op de site bevindt zich het Somerhuys, gebouwd in de 17de De ramen zijn allemaal op het zuiden gericht, volgens het onderzoek was dit een woning die uitsluitend de zon als warmtebron gebruikte. Het huis werd gerestaureerd en dient als een privéwoning. Om de moer- en kinderbalken van de woning integraal te behouden, werd de stalen trap buiten het gebouw geplaatst.
Aan de Tessestraat bevindt zich de arbeiderswoning uit de 20ste Deze woning is nu een gastenverblijf in de privétuin van het Somerhuys. Ook hier werd een buitentrap in zwart staal voorzien.
Achter het Somerhuys is het Pakhuis gelegen, dat door de ontpitting van de site weer vrij is komen te staan. Het Pakhuis uit de 18de eeuw was het basisonderdeel van het klooster van de Apostolinnen. Het gebouw is nu omgevormd 8 studio’s voor studenten.
Alle ingrepen manifesteren zich bewust als nieuw. Door het historische en het hedendaagse niet te vermengen maar duidelijk van elkaar te onderscheiden, ontstaat een eerlijk geheel waarin verschillende tijdslagen naast elkaar kunnen bestaan en elkaar wederzijds versterken.
De herontwikkeling zet maximaal in op duurzaam ruimtegebruik: waardevolle historische gebouwen worden behouden, herbestemd en geactiveerd. Het openwerken van het binnengebied creëert licht, lucht en aangename verblijfsplekken.
De kleinschalige korrel, de doorwaadbaarheid van het terrein en de mix van functies en woningtypes dragen bij aan een levendig, veerkrachtig stadsdeel. Het geeft de site een menselijke schaal wat bijdraagt aan de sociale duurzaamheid.Het resultaat is een duurzame woonomgeving waarin erfgoed een tweede leven krijgt en een toekomstbestendige manier van stedelijk wonen mogelijk wordt.
Specifics
Opdrachtgever: Fase 1: Visbende / Fase 2: AB nv / B-apart
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2014 – 2018
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Valerie Lonnoy Veerle Delaunay, Gert-Jan Schulte
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: Fase 1: 350 m² / Fase 2: 1050 m²
Residentie Beghardi
Beghardi
De voormalige ziekenhuissite ‘De Voorzorg’ bevindt zich in de Nieuwe Beggaardenstraat in Mechelen, aan de rand van het Groot Begijnhof en nabij een vertakking van de Dijle. Als kleinschalig stedelijk ziekenhuis maakte De Voorzorg lange tijd integraal deel uit van het historische stadsweefsel en vervulde het een belangrijke sociale en zorgende rol binnen het centrum. De laatste jaren vindt er een bredere evolutie plaats waarbij kleinere, stedelijke ziekenhuizen steeds vaker verdwijnen als gevolg van fusies. De grotere ziekenhuiscampussen vestigen zich voornamelijk buiten de stad.
De omgeving maakt deel uit van de Mechelse benedenstad, een historisch dicht bebouwd stadsdeel dat eeuwenlang werd doorkruist door een fijnmazig netwerk van vlieten. Het projectperceel grenst aan een kleinere voormalige vliet, die vandaag gedempt is en wordt ingezet als wadi binnen het ontwerp.
De site was doorheen de jaren volledig volgebouwd, waardoor licht, lucht en groen grotendeels verdwenen waren. Daarnaast wordt het karakter van de site bepaald door restanten van diephuizen, blinde gevels en de typische kleinschaligheid van het middeleeuwse stadsweefsel. De site wordt aan één zijde begrensd door het Scheppersinstituut, waarmee zorgvuldig rekening werd gehouden op het vlak van schaal, oriëntatie en privacy. Het terrein werd aangekocht door een private ontwikkelaar met de intentie om haar te herbestemmen tot een residentieel project dat opnieuw woonkwaliteit toevoegt aan de binnenstad.
De ontwerpopgave omvatte het behoud en de integratie van de karaktervolle voorgevel van het bestaande herenhuis, als drager van de historische identiteit van De Voorzorg, gecombineerd met nieuwe woonvolumes en kwalitatieve buitenruimtes.
Het ontwerpconcept vertrekt vanuit het idee van een hedendaags begijnhof: een ensemble van woningen rond een collectieve, groene binnenruimte, ingebed in de stad maar met een uitgesproken eigen rust en identiteit. De nieuwbouw is opgevat als twee volumes: één aan de straatzijde en één aan de achterzijde van het perceel. Samen definiëren ze een centraal gelegen, ommuurde tuin.
Een cruciale stedelijke ingreep is de aanleg van een doorgang tussen de Arme Clarenstraat en de nieuwe Beggaardensstraat. Deze smalle steeg verhoogt de doorwaadbaarheid van het bouwblok en grijpt bewust terug naar de middeleeuwse stadsstructuur van steegjes die Mechelen historisch kenmerken.
Architecturaal wordt ingezet op een gevelritmiek die aansluit bij het bestaande stadsbeeld. Door een mix van woontypologieën ontstaat een gevarieerd woonaanbod dat verschillende doelgroepen aantrekt. Het nieuwe diephuis volgt de oorspronkelijke bouwdiepte van 17 meter, maar dankzij de toevoeging van een patiotuin en een doorsteek ontstaat een meer open structuur. De gevelopbouw en vloerhoogtes zijn afgestemd op het bestaande pand van De Voorzorg, waarbij de gelijkvloerse laag bewust iets hoger is uitgevoerd om extra ruimtelijkheid en licht te creëren in de doorgang.
Bakstenen tuinmuren structureren de paden en terrassen en creëren een geleidelijke overgang tussen private en gedeelde zones. Een gevarieerd en seizoensgebonden beplantingsplan versterkt zowel de privacy van de woningen als het levendige karakter van de collectieve buitenruimte.
Specifics
Opdrachtgever: Stigt nv
Locatie: Mechelen
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Lennart Visser, Silke Verstappen, Tom Beele
Ingenieur Stabiliteit: Momenting bv
Credits 3D image: Polygon
Schaal: 6 huizen, 10 appartementen met collectieve binnentuin
Fotograaf: Bart Gosselin
Lorette Klooster
Lorette Klooster
Het Lorette Klooster ook gekend als het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid, maakt deel uit van een trapeziumvormig bouwblok gelegen in het hart van Mechelen tussen de Drabstraat en de Begijnenstraat naast de Vismarkt aan de Dijle. De site vormt een gelaagd geheel van gebouwen bestaande uit diephuizen (16de eeuw), een pakhuis (17e eeuw) en het neogotische kloostergebouw opgetrokken in de 19de– en vroege 20ste-eeuw.
Ten westen van het bouwblok bevindt zich de Drabstraat, een smalle straat die de Vismarkt verbindt met de recent heropende Melaanvliet. In de 19de eeuw werden de zuidelijke gevels van deze straat geüniformeerd volgens classicistische principes, wat resulteerde in een homogeen maar weinig leesbaar straatbeeld.
Achter deze 19de-eeuwse witgepleisterde gevelwand schuilen waardevolle historische gebouwen, waaronder de beschermde monumenten Hooghuys een pakhuis uit de 17de eeuw en ’t Sweert drie diephuizen uit de 16e eeuw. Ten zuiden van ’t Sweert bevindt zich een 19de-eeuws pand uit ca. 1888 met een minder historisch waardevolle kenmerken.
Het kloostersite verloor haar functie eind jaren 70. Gedurende meer dan 20 jaar hebben meerdere projectontwikkelaars getracht de site te ontwikkelen maar zonder resultaat. In 2006 werd de site uiteindelijk opgesplitst in twee delen. De neogotische kloostergebouwen werden verkocht aan projectontwikkelaar Costermans, de buitenruimtes en de gebouwen langsheen de Drabstraat werden eigendom van ontwikkelaar City Site.
De stad Mechelen formuleerde in samenwerking met Erfgoed Vlaanderen de randvoorwaarden van de reconversieopdracht die verschillende stedelijke doelstellingen samenbracht. Het project beoogde enerzijds een antwoord te bieden op de parkeerdruk in de binnenstad door de aanleg van een ondergrondse parkeergarage en anderzijds een gemengd programma te realiseren met woningen, kantoren en commerciële ruimten. Daarnaast moest de ingreep aansluiten bij de bredere stadsvernieuwingsoperatie rond de Melaan en de Lamotsite. Tevens diende bijzondere aandacht worden besteed aan de herwaardering en het behoud van het waardevolle bouwkundige erfgoed. De grootste uitdaging van het project lag in het verzoenen van deze erfgoedzorg met het uitgebreide programma van eisen.
dmvA werd door projectontwikkelaar City Site aangesteld als ontwerper voor het maken van het masterplan. Het doel was om de verborgen parel van het Lorette Klooster toegankelijk te maken voor de Mechelaar. Zowel de binnenkoer achter het Hooghuys als de vroegere driehoekige kloostertuin worden in ere hersteld en omgevormd tot semi-publieke tuinen. Door het heropenen van de steeg aan de Vismarkt alsook door het creëren van een nieuwe doorgang naast het Hooghuys ontstaat een voetgangersverbinding tussen de Melaan en de Vismarkt.
Het architecturale concept vertrekt vanuit het selectief verwijderen van bestaande volumes gebaseerd op historisch onderzoek. Minder waardevolle bouwvolumes werden afgebroken om ruimte te creëren voor een weloverwogen nieuwbouw. Het oorspronkelijke 19e -eeuwse bouwvolume tussen Hooghuys en ’t Sweert wordt vervangen door een nieuwbouw met inrit voor de ondergrondse parkeergarage, handelsruimte en drie appartementen, waarvan de gevels zijn uitgevoerd in witte baksteen die aansluit bij de witte pleister architectuur van het Hooghuys en de 19e -eeuwse gevels. Deze ingreep doorbreekt bewust op een subtiele manier de strikte geveluniformiteit van de Drabstraat en maakt de onderliggende gelaagdheid opnieuw zichtbaar.
De nieuwbouw wordt ingezet als aanvulling en niet als overheersend element. Uit respect voor het beschermde Hooghuys blijft het gelijkvloers deel onbebouwd waardoor er een steeg ontstaat die de straat verbindt met de semi-publieke binnenkoer. Door de aansluiting op de mansardedaken van ’t Sweert te spiegelen, wordt een evenwicht gezocht tussen oud en nieuw. Het onregelmatige ritme van raamopeningen in de gevel en de integratie van inpandige terrassen zorgen voor een hedendaagse interpretatie van de classicistische 19e -eeuwse gevel zonder het straatbeeld te verstoren.
Zicht vanuit de Melaan op het Hooghuys en het nieuwe volume met steeg naar de binnenkoer
Wonen aan een Kloostertuin
Het binnengebied, dat historisch fungeerde als kloostertuin en later als schoolspeelplaats, vormt het ruimtelijke hart van het project. Deze open ruimte bleef doorheen de geschiedenis een rustpunt binnen de dense stedelijke context. Ook in de nieuwe invulling wordt dit karakter behouden en versterkt.
In plaats van het gebied te verkavelen in private tuinen, werd bewust gekozen voor een semi-publieke, collectieve buitenruimte. De nieuwe achtergevels samen met de drie gerestaureerde historische puntgevels van ’t Sweert en de gerestaureerde neogotische gevels van de kapel en het kloostergebouw omkaderen het binnengebied en creëren een menselijke architectuur zonder de ruimtelijke samenhang te verstoren. De synergie tussen oud en nieuw verstrekt de historiciteit van de site.
Het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid bestaande uit een noordelijke en oostelijke vleugel opgetrokken in 1911 in neogotische stijl onder leiding van bouwmeester Edmond Peel, wordt gerestaureerd en getransformeerd tot een appartementen complex door architect Wil Bots.
De middeleeuwse gevels van ’t Sweert werden terug in ere hersteld en gerestaureerd door Beeck&Hermans architecten.
Specifics
Opdrachtgever: City Site/ Van Poppel
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2005 – 2018
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Valérie Lonnoy
Ingenieur Stabiliteit: Jan Van Aelst bvba
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 4735 m²
De Muze
De Muze
De site in Muizen bevindt zich op een strategische locatie aan de rand van Mechelen, tussen de spoorlijn Mechelen-Brussel en de Dijle. Gelegen aan de rand van het dorp, het terrein biedt waardevolle zichten op de beemden van de Dijlevallei.
De opdracht bestond er in om op een voormalige fabriekssite een woonzorgcentrum te ontwerpen. Het nieuwe woonzorgcentrum werd centraal ingeplant binnen het nieuwe parklandschap, zodat het gebouw maximaal kon inspelen op de groene context en de zichten op de omgeving. De toegang tot het terrein gebeurt via een smalle flessenhals. dmvA koos daarom voor herkenbaar en leesbaar gebouwconcept. Twee grote patio’s fungeren als duidelijke oriëntatiepunten voor de bewoners. Aan de eerste patio, waar zich ook de inkom bevindt, werd de cafetaria gekoppeld als centrale ontmoetingsruimte. Het grondplan ontwikkelde zich geleidelijk tot een achtvorm, waarbij de verticale circulatie de verbinding maakt tussen beide patio’s. Ondanks de uitgestrekte vorm blijft het gebouw relatief compact georganiseerd, waarbij de patio’s daglicht diep tot in de kern van het gebouw brengen. Door de uitsnijdingen in het bouwvolume en de toepassing van groene daken gaat het gebouw subtiel op in de natuurlijke omgeving. De conciërgewoning aan de straatzijde fungeert als toegangspoort tot de site.
De gevel is opgebouwd uit gevelvlakken in rode baksteen sluit aan bij de gebouwen in de onmiddellijke omgeving. De vlakken worden als een dambordpatroon afwisselend met een vlak en ‘reliëf’ verband. Dit zorgt voor een tactiel gebouw.
In tegenstelling tot de bakstenen buitenhuid worden de buitengevels van patio’s en dakterrassen uitgevoerd in glad wit pleisterwerk. Openheid, laagdrempeligheid, licht, lucht, sereniteit en ruimte zijn kenmerkend voor deze buitenruimten.
De V-vormige kolommen, die onder het langwerpige gebouw door, doorgang geven naar de onthaalruimte, articuleren de ruimte. Het architecturaal concept gebaseerd op kleuren, sferen en materialen alsook de organisatie van clusters rond gemeenschappelijke ruimten zijn ontstaan vanuit het principe van zintuiglijke prikkeling van ouderen.
Alle wooneenheden hebben ongeveer dezelfde vorm en oppervlakte. Er werd bewust geopteerd voor een hoogte van 3 meter, om een ruimtelijk gevoel te creëren. Naar interieurafwerking werd er met rustgevende bruin-grijs-gele kleurenvariaties gespeeld, wat een huiselijk gevoel creëert. Zo zijn de binnendeuren in een andere lichte kleur afgewerkt dan bijvoorbeeld de handgrepen.
De tuin rondom het gebouw vormt een zachte sokkel voor het zorgcentrum en is opgevat als een open en toegankelijke groene ruimte die sociale interactie met de buurt stimuleert, zodat het woonzorgcentrum geen geïsoleerd eiland wordt maar deel uitmaakt van het bredere dorpsleven. Zo is er naast een aangelegde tuin die zich als park laat beleven ook een moestuin en boomgaard aanwezig. Deze verschillende tuintypologieën vormen zo het decor waartegen het sociale leven, met de bewoners van het centrum en buurtbewoners als actoren, zich kan afspelen. Een wadi, geïntegreerd in de tuinaanleg, biedt een ecologische oplossing voor het overtollige regenwater. Aan de straatkant bevindt zich de cafetaria, dewelke ingezet wordt als kleinschalig gemeenschapshuis dat uitnodigt tot interactie met de omgeving.
Specifics
Opdrachtgever: Senior Living Group
Locatie: Muizen
Realisatie: 2006 – 2016
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Gert-Jan Schulte
Ingenieur Stabiliteit: Meier
Ingenieur Technieken: IKP
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 5000 m²
Sociale huisvesting MHD
Sociale huisvesting MHD
De site ligt in Minderhoutdorp, ten noorden van Hoogstraten en vlak bij de Nederlandse grens. Het gebied vormt een overgangszone tussen de stad Hoogstraten en het open landschap gekenmerkt door landbouw in het noorden. Het landelijke karakter is hier nog sterk voelbaar, maar tegelijk is er sprake van een geleidelijke verstedelijking.
Typerend voor de bebouwing in de omgeving is de kleinschalige korrel, met overwegend individuele woningen en een wisselende rooilijn. Deze onregelmatige rooilijn, met meerdere knikpunten, draagt bij aan een minder rigide straatbeeld en benadrukt het informele, dorpse karakter van de context.
De ontwerpopgave bestond uit het realiseren van een sociaal woningbouwproject met een mix van huur- en koopwoningen, aangevuld met seniorenwoningen. Daarbij lag de focus op het creëren van een woonomgeving met aandacht voor sociale interactie, privacy en toegankelijkheid.
Het projectconcept vertaalt deze ambities in twee eenvoudige bouwvolumes die zijn ingeplant rond een semi-publiek woonerf. Het gebouw aan de straatzijde huisvest huur- en koopwoningen en het lager volume in het binnengebied biedt onderdak aan de seniorenwoningen. Het woonerf vormt letterlijk en figuurlijk het groene hart van het project. Afschermingen definiëren de overgangszones tussen het publieke binnenplein en de privatieve (voor)tuinen, waardoor een geleidelijke overgang ontstaat tussen collectief en individueel gebruik. Meerdere doorgangen in de voorbouw verzekeren een vlotte doorwaadbaarheid en versterken de relatie tussen de straat en het woonerf.
De morfologie van het gebouw speelt bewust in op de schaal en het karakter van de omgeving. Het spel van verspringende daken vormt een logisch antwoord op de kleinschaligheid van de context én op de geknikte rooilijn. Deze dakentektoniek doorbreekt het potentieel massieve karakter van het bouwvolume en benadrukt de individualiteit van de verschillende wooneenheden. In combinatie met een gedifferentieerde materialisering tussen huur- en koopwoningen wordt een duidelijke schaalverkleining gerealiseerd.
De positionering van de raamopeningen geeft de gevels een duidelijk ritme en een zekere verticaliteit. Door op weloverwogen plaatsen deze ritmiek te doorbreken, wordt extra spanning gecreëerd en eentonigheid vermeden, zonder de samenhang en eenheid van het project te verliezen.
De koopappartementen aan de straatzijde krijgen een eigen identiteit (bruine baksteen) en worden ontsloten via een aparte steeg. De huurwoningen (beige en rode baksteen) op het gelijkvloers beschikken over een dubbele ontsluiting, zowel via de straat als via het binnenplein. De huurappartementen op de verdieping worden ontsloten via een inwendige binnenstraat, die dankzij dakkoepels van natuurlijk daglicht wordt voorzien.
Aan de tuinzijde bevindt zich een kleinschalig, éénlaags bouwvolume met seniorenwoningen. De toegang tot deze woningen verloopt via hun private buitenruimte die aansluit op het woonerf.
Specifics
Opdrachtgever: Bouwmaatschappij Noorderkempen
Locatie: Hoogstraten
Realisatie: Fase 1: 2006 – 2015
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Sacha Bratkowsky, Kobe Van Praet, Liesbet De Winter
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 3556 m²
Sociale huisvesting SLO
Sociale huisvesting SLO
Slommerhof is een woonerf in een nieuw woonuitbreidingsgebied van Hoogstraten, een kleine provinciestad in de Noorderkempen, vlak bij de Nederlandse grens. Hoogstraten staat bekend om zijn landelijke karakter en uitgestrekte landbouwgebieden. Kenmerkend voor de bouwkavel was de centrale ligging als een eiland te midden van een verkaveling, omboord door een rijweg.
Het oorspronkelijke verkavelingsplan voorzag een bebouwing van 5 noord- en 5 zuid gerichte woningen, rug aan rug. De ongelijkwaardigheid van de woningen, het probleem van lichttoetreding en onvoldoende buitenruimte werden binnen dit plan als zeer negatief ervaren.
Vanuit deze vaststellingen werd de vraag gesteld om een ontwerp te maken dat tien gelijkwaardige woningen mogelijk maakt. Daartoe werd het verkavelingsplan in vraag gesteld en de bouwvoorschriften werden op vraag van dmvA gewijzigd.
Door het ontwerpen van langgerekte patiowoningen tussen de 2 straten kunnen alle woningen, die om en om worden gespiegeld, toch genieten van de zuiderzon. De woonvolumes zijn daarbij zo georganiseerd dat de carports afwisselend aan de noord- en zuidzijde worden geplaatst.De woningen worden geschakeld tot een kwaliteitsvol woongeheel met veel licht en privacy.
De lange straatgevels wisselen de volumes in baksteen en tuinschermen uit stalen lamellen elkaar af. Door het afwisselend koppelen van een typewoning en het spiegelbeeld wordt het monolithisch karakter van het volume doorbroken. Vijf woningen worden ontsloten via de noordelijke rondweg, vijf via de zuidelijke rondweg. Ten oosten van de woningen is ruimte voorzien voor een publiek speelgebied. In het westen is een kleine groene bufferzone van 2 meter tussen het voetpad en de zijgevel. Het is een architectuur op mensenmaat geworden die de ganse wijk herdefinieert en structureert.
Specifics
Opdrachtgever: Bouwmaatschappij Noorderkempen
Locatie: Hoogstraten
Realisatie: 2006 – 2011
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Michael De Roeck
Ingenieur Stabiliteit: SMB
Ingenieur Technieken: SB Heedfeld
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 1500 m²
Villa Edelweiss
Villa Edelweiss
Het Vlaamse dorp Elewijt is één van de 6 leefkernen van de gemeente Zemst en is gelegen tussen Mechelen en Brussel. Typerend voor de regio zijn de natuurgebieden, de verschillende kasteeldomeinen en diverse historische gebouwen.
Door zijn ligging in de schaduw van de kerk is Villa Edelweiss in de loop der tijd uitgegroeid tot één van de meest beeldbepalende gebouwen van het dorp. Het domein Villa Edelweiss bestaat uit een bakstenen herenwoning met art-deco elementen, een orangerie, een mooie tuin en gedeeltelijke ommuring van de tuin.
De opdracht omvatte niet alleen de restauratie van Villa Edelweiss, maar ook het ontwerpen van nieuwe woonentiteiten op het omliggende terrein, bestaande uit één woning en zes appartementen, met respect voor de historische context en de bestaande omgeving.
Katalysator
De ontwikkeling van domein Edelweiss kadert binnen de visie van de gemeente om de nog onbeduidende stedelijke ruimte langsheen de Tervuursesteenweg om te vormen tot een volwaardig plein. Villa Edelweiss wordt door de restauratie in ere hersteld en wordt de katalysator die het bestaande kerkplein en het nieuwe dorpsplein met elkaar verbindt.
Nieuwe Icoon
Het nieuwbouwproject wordt als een icoon ingeplant in de vroegere tuin van het domein. De ondergrondse parkeergage, licht verheven ten opzichte van het maaiveld, bakent een semi-publieke ruimte af en vormt letterlijk de basis van het project. Op deze ‘sokkel’ onderscheidt men 1 vrijstaand bouwvolume langsheen de Dynastiestraat en 3 aaneengesloten bouwvolumes langsheen het dorpsplein.
Deze volumes begrenzen en verbinden tegelijkertijd de diverse straten en buitenruimten. De materialisering van de sokkel en de gevels door middel van een zandkleurige baksteen versterkt het sculpturaal karakter van het project.
Specifics
Opdrachtgever: NV Van Poppel
Locatie: Elewijt
Realisatie: 2007 – 2013
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Liesbet De Winter
Fotografie: Sergio Brison
Schaal: 1430 m²























































































